wetzoeker

Artikel I Regeling radarinstallaties en bochtaanwijzers 1995

1 De stuurhut moeten zodanig zijn ingericht dat de roerganger zijn werkzaamheden tijdens de vaart zittend kan verrichten.

2 Alle voor het voeren van het schip noodzakelijke signalerings- en controle-instrumenten en de bedieningsapparatuur moeten zodanig zijn gerangschikt dat de roerganger ze tijdens de vaart gemakkelijk kan observeren en bedienen zonder daarbij zijn plaats te hoeven verlaten en zonder het radarbeeld uit het oog te verliezen.

3 Controle-instrumenten moeten gemakkelijk kunnen worden afgelezen; zij moeten traploos regelbaar kunnen worden verlicht. Lichtbronnen mogen niet storen of de zichtbaarheid van de controle-instrumenten beïnvloeden.

Regeling
Regeling radarinstallaties en bochtaanwijzers 1995
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0007588
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl