wetzoeker

Besluit ex artikel 810a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Besluit van 1 september 1995, tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 810a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-11-2010
Afkortingen
Besl.art. 810a. Rv
Rechtsgebied
Burgerlijk procesrecht, Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0007534
Versie
2010-11-01_0
SHA-256 bron
3821fdceb9eb49be6682077931d980a700401070a385570cce06cb5317b3baa9

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

Voor het bepalen van de vergoedingen voor werkzaamheden, wegens tijdverzuim en daarmede verband houdende noodzakelijke kosten voor reis- en verblijfkosten, toekomende aan de deskundigen, bedoeld in artikel 810a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, is artikel 2 van het Besluit griffierechten burgerlijke zaken van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2

1 De ouder die op grond van artikel 810a, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de rechter verzoekt een deskundige te benoemen, is aan de griffier een eigen bijdrage verschuldigd met betrekking tot de vergoedingen en kosten, bedoeld in artikel 1.

2 De eigen bijdrage bedraagt € 45,38, indien het inkomen van de ouder blijkens het door deze over te leggen afschrift van een bewijs van toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, niet meer bedraagt dan in artikel 2, eerste of tweede lid, telkens onderdeel d, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand is bedoeld.

3 De eigen bijdrage bedraagt € 181,51, indien het inkomen van de ouder blijkens het door deze over te leggen afschrift van een bewijs van toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, niet meer bedraagt dan in artikel 2, eerste of tweede lid, telkens onderdeel e, van het Besluit eigen bijdrage rechtsbijstand is bedoeld.

4 De eigen bijdrage bedraagt € 453,78, indien geen afschrift van het bewijs van toevoeging als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand wordt overgelegd.

5 In plaats van een afschrift van het bewijs van toevoeging als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand kan een verklaring van de raad voor rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1 van die wet worden overgelegd waaruit het inkomen van de ouder blijkt.

6 Artikel 30 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.