wetzoeker

Artikel 8 Loodsplichtbesluit 1995

Ontheffing van de loodsplicht

1 De bevoegde autoriteit kan de kapitein van een zeeschip op diens verzoek ontheffing van de loodsplicht verlenen:

a. indien er naar zijn oordeel sprake is van een noodsituatie met betrekking tot het schip, de opvarenden, de lading, de scheepvaart of de scheepvaartweg, of

b. indien niet daadwerkelijk binnen een redelijke termijn in de loodsdienst kan worden voorzien,

een en ander slechts onder de voorwaarde dat het bevaren van de scheepvaartweg of een gedeelte daarvan zonder gebruik te maken van de diensten van een loods naar zijn oordeel toelaatbaar is.

2 De bevoegde autoriteit kan de kapitein van een zeeschip op diens verzoek ontheffing van de loodsplicht verlenen indien het schip een verplaatsing maakt binnen een havenbekken of een door de bevoegde autoriteit aangewezen havengebied voor zover daardoor naar het redelijk oordeel van de bevoegde autoriteit de veiligheid van het scheepvaartverkeer niet in gevaar komt.

3 Een ontheffing krachtens het eerste of tweede lid wordt gegeven en bevestigd op de wijze, bepaald in artikel 2, vierde lid, met dien verstande dat een ontheffing krachtens het tweede lid niet ter kennis gebracht behoeft te worden van de desbetreffende regionale loodsencorporatie.

Regeling
Loodsplichtbesluit 1995
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-04-2019
BWB-id
BWBR0007512
Versie
2019-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl