wetzoeker

j — Bewijslastverdeling Herziening besluit inzake overdracht van aandelen in het kader van een kasgeld- c.q. holdingconstructie

Bewijslastverdeling

Ter zake van de bewijslastverdeling verdienen de arresten BNB 1994/250* en 251*, de aandacht. De Hoge Raad heeft bepaald dat ten aanzien van een belastingplichtige wiens gerechtigdheid in de vennootschap wier aandelen in het kader van een holdingconstructie zijn verkocht (hetzelfde geldt voor een kasgeldconstructie) met meer dan 10% is verminderd ten opzichte van de tevoren bestaande gerechtigheid, wordt vermoed dat hij het belang bij de in die vennootschap uitgeoefende ondernemingsactiviteiten niet geheel of nagenoeg geheel heeft behouden. Dit vermoeden kan uitsluitend worden weerlegd indien de inspecteur feiten en omstandigheden kan stellen en, in geval van gemotiveerde betwisting, kan bewijzen waaruit kan volgen dat de belastingplichtige ondanks die vermindering van de gerechtigdheid vorenbedoeld belang toch geheel of nagenoeg geheel heeft behouden. Van de belastingplichtige kan volgens de Hoge Raad worden gevergd dat voldoende feitelijke gegevens worden verstrekt om de inspecteur aanknopingspunten te verschaffen voor de bewijslevering. De inspecteurs dienen te beoordelen of er sprake is van een reële, duurzame overgang van meer dan 10% van het belang bij de onderneming. In dit kader wijs ik op het onderschrift bij de uitspraak van Hof Amsterdam van 3 juli 1994, nr. 92/4453, Infobulletin 94/873. Daarin merk ik op dat niet de conclusie dient te worden getrokken dat een overdracht van een gerechtigdheid slechts dan het belang bij de ondernemingsactiviteiten doet overgaan als die overdracht plaatsvindt aan een bedrijfsopvolger; de duurzame overdracht aan een belegger wordt niet op één lijn gesteld met de overdracht aan een stroman. Een tijdelijke overgang van het belang of een verkoop aan een zogenoemde stroman dient te worden bestreden. Zo nodig dient het oordeel van de rechter te worden gevraagd.

Ten aanzien van de bewijslastverdeling in een situatie waarin de bovengenoemde gerechtigdheid van de belastingplichtige (nagenoeg) geheel gelijk blijft of toeneemt ten opzichte van de tevoren bestaande gerechtigheid, zoals zich voordeed in het arrest BNB 1994/249c*, merk ik het volgende op. Een redelijke bewijslastverdeling brengt mijns inziens met zich mee dat op basis van het door de inspecteur geschetste samenstel van transacties (realiseren van winstreserves terwijl het belang in de onderneming (nagenoeg) geheel behouden blijft) de bewijslast op de belastingplichtige rust om aannemelijk te maken dat andere dan fiscale motieven een meer dan bijkomstige rol hebben gespeeld. Ik wijs voorts op het arrest Hoge Raad 16 september 1992, rolnr. 28 564, BNB 1994/2.

Regeling
Herziening besluit inzake overdracht van aandelen in het kader van een kasgeld- c.q. holdingconstructie
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
14-08-1995
BWB-id
BWBR0007507
Versie
1995-08-14_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl