wetzoeker

a. Kans-op-nadeel-criterium (1991 en eerdere jaren) Kapitaalverzekeringen overeengekomen met de eigen BV

Ter zake van het begrip levensverzekering als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel c, van de Wet (tekst tot en met 1991) heeft de Hoge Raad, bij afwezigheid van een concrete invulling van dat begrip in de Wet, geoordeeld dat dergelijke verzekeringen een kans op nadeel voor de verzekeraar dienen in te houden.

Dit kans-op-nadeel-criterium houdt in dat de verzekeraar in enigerlei periode binnen de looptijd van de verzekering het risico dient te lopen dat hij verplicht is meer uit te keren dan de tot het mogelijke tijdstip van uitkering ter zake ontvangen bruto-premies, vermeerderd met een daarop tot dat tijdstip behaald rendement (als uitgangspunt geldt het rendement op staatsobligaties).

Het bedoelde nadeel dient enige inhoud te hebben; een onbeduidend bedrag is onvoldoende. Het Hof ’s-Hertogenbosch heeft in zijn uitspraak van 22 april 1994, nr. 90B/2460, gepubliceerd in V-N 1994, blz. 1842, geoordeeld dat op grond van de parlementaire geschiedenis van de Wet de grootte van de kans dat het nadeel voor de verzekeraar ontstaat niet relevant is; het is voldoende dát een zodanige kans aanwezig is. Met dit oordeel heeft het Hof de stelling verworpen dat de grootte van de kans op nadeel ten minste 1% dient te bedragen. Voor de beoordeling van kapitaalverzekeringen gesloten vóór 1 januari 1992 dient de genoemde Hofuitspraak tot richtsnoer te worden genomen.

Regeling
Kapitaalverzekeringen overeengekomen met de eigen BV
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
10-08-1995
BWB-id
BWBR0007505
Versie
1995-08-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl