T1. Overnemen van voorschriften van het Asbest-verwijderingsbesluit in de gemeentelijke bouwverordening Uitvoering en handhaving van het asbestbeleid door gemeenten
Op 17 juni 1993 is het Asbest-verwijderingsbesluit in het Staatsblad gepubliceerd (Staatsblad 1993, 290). Het besluit bevat voorschriften voor de sloop van asbesthoudende materialen uit bouwwerken en objecten. Elke gemeente moet uiterlijk op 17 juni 1994 haar bouwverordening in overeenstemming hebben gebracht met de artikelen in het besluit die betrekking hebben op de sloop van asbest uit bouwwerken (in casu de artikelen 2, 3, 4 en 9), met uitzondering van de artikelen 2 onder h en 3 onder c, die later in werking treden op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
In het Asbest-verwijderingsbesluit wordt bepaald dat voor de sloop van asbest uit bouwwerken altijd òf een sloopvergunning vereist is, òf een mededeling dat geen sloopvergunning vereist is. Aan een dergelijke mededeling moeten voorschriften worden verbonden (een zogenaamde ’mededeling onder voorschriften’). Wanneer een sloopvergunning vereist is, moet het asbest worden verwijderd door een deskundig asbestverwijderend bedrijf. Wanneer een mededeling onder voorschriften wordt afgegeven, mag een particulier zelf het asbest verwijderen. Bij de sloop van asbest komen asbestvezels in de lucht vrij, hetgeen bepaalde vormen van kanker kan veroorzaken. Uitgangspunt is dat er alleen een mededeling onder voorschriften wordt verstrekt wanneer het verwijderen van het asbesthoudende materiaal door een particulier geen groot risico met zich brengt. Het criterium in de (Model-)bouwverordening dat alleen een sloopvergunning vereist is wanneer er naar verwachting meer dan 10 kubieke meter sloopafval vrijkomt, geldt bij sloop van asbest dus niet.
Uit onderzoek van TNO, dat in opdracht van het ministerie van VROM is uitgevoerd, is gebleken dat de sloop van een aantal materialen door een particulier een beperkt risico met zich brengt, wanneer hij zich houdt aan bepaalde voorschriften en adviezen. Het betreft de sloop van de volgende materialen:
– geschroefde hechtgebonden asbesthoudende materialen;
– gelijmde asbesthoudende vinylvloertegels.
Uit het onderzoek van TNO blijkt verder dat bij de verwijdering door een particulier van gelijmde asbesthoudende vinylvloerbedekking (in de volksmond zeil) in de regel een meer dan verwaarloosbaar risico optreedt. Om deze reden wordt thans een doe-het-zelfset ontwikkeld, met behulp waarvan een particulier het risico bij verwijdering van het zeil kan beperken. Het is de bedoeling dat de doe-het-zelfset, op vrijwillige basis, door gemeenten zal worden verhuurd. De doe-het-zelfset zal naar verwachting eind 1994 beschikbaar zijn.
Uit het TNO-onderzoek bleek ten slotte dat het verwijderen van andere asbesthoudende materialen door een particulier grote risico’s voor hemzelf, andere bewoners en zijn omgeving met zich brengt. Ook het gebruik van een doe-het-zelfset kan deze risico’s niet voldoende beperken.
Op grond van het Asbest-verwijderingsbesluit zijn gemeenten verplicht een mededeling onder voorschriften af te geven voor de verwijdering van asbesthoudende vinylvloerbedekking (in de volksmond zeil) of asbesthoudende vinylvloertegels uit een tot bewoning bestemd gebouw. Particulieren mogen deze materialen derhalve zelf verwijderen, mits zij daarbij voorschriften in acht nemen.
Daarnaast kunnen gemeenten op grond van het Asbest-verwijderingsbesluit ook in andere gevallen een mededeling onder voorschriften verstrekken. Op grond van het TNO-onderzoek wordt gemeenten geadviseerd in de bouwverordening te bepalen dat ook de sloop van geschroefde hechtgebonden asbesthoudende materialen door particulieren uit een tot bewoning bestemd gebouw en/of daarbij horende bijgebouwen is toegestaan en in die gevallen derhalve met een mededeling onder voorschriften wordt volstaan, tenzij het de verwijdering van geschroefde hechtgebonden asbestbevattende materialen aan de buitenzijde van het bouwwerk betreft met een totaal materiaaloppervlak van meer dan 35 vierkante meter. Asbestbevattende materialen aan de buitenzijde van een bouwwerk zijn dikwijls verweerd, waardoor de verwijdering van deze materialen niet geheel vrij van risico’s is. Om deze reden is het gewenst een maximumgrens te stellen aan de hoeveelheid geschroefd hechtgebonden asbest dat een particulier zelf uit een tot bewoning bestemd gebouw en de daarbij horende bijgebouwen mag verwijderen. De meeste woningen bevatten, inclusief bijgebouwen, minder dan 35 vierkante meter geschroefde hechtgebonden asbestbevattende materialen. Een grens van 35 vierkante meter zorgt er derhalve enerzijds voor dat een particulier geschroefd hechtgebonden asbest in de regel zelf uit zijn woning of bijgebouw mag verwijderen, terwijl anderzijds wordt voorkómen dat een particulier grote oppervlakken geschroefd hechtgebonden asbest uit een grote woning, groot bijgebouw of meerdere woningen of bijgebouwen mag verwijderen.
Op grond van het onderzoek van TNO raadt het ministerie van VROM gemeenten dringend af het zelf verwijderen van andere asbestbevattende materialen dan vinylvloertegels, vinylvloerzeil en geschroefde hechtgebon-den asbestbevattende materialen toe te staan, omdat de verwijdering van die materialen door een particulier grote risico’s voor hemzelf, andere bewoners en zijn omgeving met zich brengt.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft de voorschriften uit het Asbest-verwijderingsbesluit voor de sloop van asbest uit bouwwerken overgenomen in haar (Model-) bouwverordening 1992, 2e serie wijzigingen, d.d. 18 maart 1994, welke inmiddels in het bezit van alle gemeenten is. In deze versie van de (Model-) bouwverordening is ook het op het onderzoek van TNO gebaseerde advies van het ministerie van VROM met betrekking tot het zelf verwijderen van bepaalde asbesthoudende materialen door particulieren verwerkt.
- Regeling
- Uitvoering en handhaving van het asbestbeleid door gemeenten
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 19-06-1995
- BWB-id
- BWBR0007417
- Versie
- 1995-06-19_0