wetzoeker

Wijzigingswet Grondwaterwet (algemene regels voor het onttrekken van grondwater)

Wet van 26 april 1995, houdende wijziging van de Grondwaterwet met betrekking tot voor het onttrekken van grondwater te stellen algemene regels en enige andere onderwerpen

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-1995
Rechtsgebied
Ruimtelijke ordening en milieu, Waterrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0007366
Versie
1995-07-01_0
SHA-256 bron
3185061e15646e088760bbba0a0b719804dfbd43c9ad74aea711d2b1c24b1151

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

1 Bepalingen in provinciale verordeningen die op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, in strijd zijn met artikel 15, eerste lid, van de Grondwaterwet, blijven gedurende twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet van kracht, tenzij zij eerder met die bepaling in overeenstemming zijn gebracht.

2 Bepalingen in provinciale verordeningen die op het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, in strijd zijn met artikel 15, eerste lid, van de Grondwaterwet, blijven buiten toepassing voor onttrekkingen als bedoeld in artikel 15a, tweede lid, onder a, c en d, van de Grondwaterwet, die de in die onderdelen genoemde grenzen overschrijden en die na de datum van inwerkingtreding van deze wet zijn aangevangen.

3 Indien als gevolg van het in overeenstemming brengen van bepalingen in provinciale verordeningen met artikel 15, eerste lid, en artikel 15a, tweede lid, van de Grondwaterwet op het tijdstip van inwerkingtreding van de desbetreffende verordening een vergunning als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van die wet wordt vereist voor een onttrekking die voordien geregeld heeft plaatsgevonden met gebruikmaking van een vrijstelling ingevolge artikel 15, eerste lid, van de Grondwaterwet, kan binnen een bij die verordening te bepalen termijn een vergunning worden aangevraagd overeenkomstig artikel 16 van die wet. Een zodanige onttrekking kan, op dezelfde wijze en in dezelfde mate, worden voortgezet gedurende een bij de verordening te bepalen termijn dan wel, indien een vergunning is aangevraagd, tot het tijdstip waarop de op de aanvraag gegeven beschikking onherroepelijk wordt. De in dit lid bedoelde termijnen kunnen verschillen naar gelang de omvang van de onttrekkingen.

4 Artikel 14b, eerste lid, onder c, van de Grondwaterwet blijft buiten toepassing ten aanzien van een beschikking op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 14 van die wet, welke wordt gegeven met toepassing van artikel II, onder B, van de wet van 23 december 1988, houdende enige wijzigingen van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Grondwaterwet (Stb. 658).

Artikel III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.