wetzoeker

3.4 — Storten in provinciale kas van een vergoeding voor werkzaamheden verricht in q.q.-nevenfuncties, en de onkostenvergoeding Nevenfunctie-circulaire 1995

Storten in provinciale kas van een vergoeding voor werkzaamheden verricht in q.q.-nevenfuncties, en de onkostenvergoeding

Indien sprake is van een q.q.-nevenfunctie dient de eventuele vergoeding voor de werkzaamheden in de provinciale kas te worden gestort. Ik wijs erop dat de stortingsplicht slechts geldt voor zover een vergoeding voor werkzaamheden een beloningselement (=fiscaal inkomen) voor geleverd dienstbetoon bevat. Onkostenvergoedingen uit een q.q.-nevenfunctie hoeven derhalve niet in de provinciale kas te worden gestort. De vraag kan zich vervolgens voordoen waar de scheiding ligt tussen een vergoeding als beloning voor werkzaamheden en een onkostenvergoeding. De maatstaf voor dit onderscheid is wat door de Belastingdienst als beloning (=fiscaal inkomen) of als onbelaste onkostenvergoeding wordt gezien. Uitgangspunt van de Belastingdienst is dat uitsluitend een afzonderlijk vastgestelde kostenvergoeding, afhankelijk van haar aard en samenstelling, eventueel in aanmerking kan komen voor een behandeling als belastingvrije kostenvergoeding. De verplichting tot storting in de provinciale kas doet zich ook voor als voor een q.q.-nevenfunctie een beloning in natura wordt ontvangen, bijvoorbeeld in de vorm van een aangeboden reis

3 In de bijlage zijn enige, merendeels aan de praktijk ontleende voorbeelden opgenomen.

. In dat geval dient in de provinciale kas te worden gestort het deel van die beloning in natura dat fiscaal als inkomen wordt aangemerkt. Ten slotte is in dit verband nog van belang dat een arbeidsverhouding waaruit enkel een reële kostenvergoeding wordt ontvangen, voor de belastingheffing niet als bron van inkomen wordt beschouwd.

Regeling
Nevenfunctie-circulaire 1995
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
16-03-1995
BWB-id
BWBR0007269
Versie
1995-03-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl