wetzoeker

Vergoedingen voor werkzaamheden uit q.q.-nevenfuncties die wel in de provinciale kas moeten worden gestort Nevenfunctie-circulaire 1995

Dit zijn vergoedingen in geld of in natura voor een q.q.-nevenfunctie die een beloningselement bevatten en derhalve door de Belastingdienst worden beschouwd als fiscaal inkomen.

Voorbeelden van vergoedingen in natura zijn:

– cursussen

– (buitenlandse) reizen

– studiereizen

– waardepapieren

– roerende en onroerende zaken.

Een voor het verrichten van werkzaamheden ontvangen beloning in natura wordt voor de belastingheffing als inkomen beschouwd. Het bedrag daarvan wordt door middel van waardering van de concrete situatie bepaald. Indien voor werkzaamheden verricht in een q.q.-nevenfunctie bijvoorbeeld een vergoeding wordt verstrekt in de vorm van een reis naar het buitenland (waarvan de kostprijs f 9.000,– bedraagt) en de Belastingdienst neemt ter zake een bedrag van f 6.000,– als inkomen in aanmerking, dan dient de commissaris of de gedeputeerde een bedrag van f 6000,– in de provinciale kas te storten.

N.B. Indien een commissaris of gedeputeerde vóór het aanvaarden van een vergoeding in natura zekerheid wilt hebben over de belastbaarheid van deze vergoeding, dan kan te allen tijde contact worden opgenomen met de Belastingdienst.

Voor alle duidelijkheid wijs ik er nog op dat vergoedingen die worden verstrekt ten behoeve van de uitoefening van de hoofdfunctie, buiten het bereik van deze circulaire vallen.

Regeling
Nevenfunctie-circulaire 1995
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
16-03-1995
BWB-id
BWBR0007269
Versie
1995-03-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl