wetzoeker

Artikel 23 Wet arbeid vreemdelingen

Overgangs- en slotbepalingen

1 De werkgever is verplicht de vreemdeling die arbeid heeft verricht zijn loon als bedoeld in artikel 2, onderdeel j, van de Richtlijn nr. 2009/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 tot vaststelling van minimumnormen inzake sancties en maatregelen tegen werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen (PbEU 2009 L 168) te voldoen.

2 Indien een werkgever een vreemdeling arbeid doet verrichten in strijd met artikel 2, wordt de vreemdeling vermoed gedurende ten minste zes maanden werkzaam te zijn voor die werkgever tegen het loon, bedoeld in het eerste lid, en voor de duur van het verrichten van de arbeid die in de desbetreffende bedrijfstak gebruikelijk is.

3 De vreemdeling kan tevens elke naast hogere werkgever aansprakelijk stellen voor de nakoming van het eerste lid.

4 Een vordering uit hoofde van het derde lid is slechts mogelijk indien een vordering op de naast lagere werkgever niet is geslaagd.

5 De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van het eerste tot en met derde lid.

Regeling
Wet arbeid vreemdelingen
Afkortingen
Wav
Soort
Wet
Geldend vanaf
12-06-2026
BWB-id
BWBR0007149
Versie
2026-06-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl