wetzoeker

Artikel 40 Rijksoctrooiwet 1995

Geheimhouding van de inhoud van octrooiaanvragen

1 Indien het bureau van oordeel is, dat het geheim blijven van de inhoud van een octrooiaanvrage in het belang van de verdediging van het Koninkrijk of zijn bondgenoten kan zijn, maakt het dit zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen drie maanden na de indiening van de aanvrage bekend. Onze Minister van Defensie kan ten aanzien van de beoordeling van de vraag, of zodanig belang aanwezig kan zijn, aanwijzingen geven aan het bureau.

2 Tegelijk met de bekendmaking als bedoeld in het eerste lid zendt het bureau afschrift van het besluit en van de tot de aanvrage behorende beschrijving en tekeningen aan Onze genoemde minister.

3 Ingeval het eerste lid toepassing vindt, wordt de inschrijving in het octrooiregister van de aanvrage opgeschort.

Regeling
Rijksoctrooiwet 1995
Afkortingen
ROW 1995
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-06-2023
BWB-id
BWBR0007118
Versie
2023-06-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl