wetzoeker

Wijzigingswet Boeken 3, 6 en 8 van het Burgerlijk Wetboek (aansprakelijkheid gevaarlijke stoffen en verontreiniging lucht, water of bodem)

Wet van 30 november 1994, tot aanvulling van de Boeken 3, 6 en 8 van het Burgerlijk Wetboek met regels betreffende de aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen en verontreiniging van lucht, water of bodem

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-02-1995
Rechtsgebied
Aansprakelijkheidsrecht, Contracten, schade en aansprakelijkheid, Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0007050
Versie
1995-02-01_0
SHA-256 bron
35fe6aab0bd3786979578ca2cc60f885995865d1fddc1966d39db33b424012af

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel V

1 Deze wet is niet van toepassing, indien de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, vóór haar inwerkingtreding heeft plaatsgevonden.

2 Is de schade een gevolg van verontreiniging van lucht, water of bodem, dan geldt voor de toepassing van het vorige lid als gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, het ontstaan van de verontreiniging, met dien verstande dat, indien deze verontreiniging heeft plaatsgevonden doordat de stof in verpakte toestand in water of bodem is gekomen of op de bodem is achtergelaten, zij geacht wordt op dit tijdstip reeds ontstaan te zijn.

3 Deze wet is niet van toepassing op verontreiniging door op een stortplaats gestorte stoffen, indien:

a. de stortplaats vóór inwerkingtreding van deze wet reeds was gesloten;

b. het een wettelijk toegelaten stortplaats betreft en de verontreiniging uitsluitend is veroorzaakt door stoffen die daar vóór inwerkingtreding van deze wet reeds waren gestort.

4 Deze wet is niet van toepassing, indien de gebeurtenis, bedoeld in artikel 620 onder e, 1030 onder e, 1210 onder d, of 1670 onder e, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, vóór haar inwerkingtreding heeft plaatsgevonden.

Artikel VI

Onze Minister van Justitie stelt de nummering en plaats van invoeging van de artikelen, afdelingen en titels, die bij deze wet in de Boeken 3, 6 en 8 van het nieuw Burgerlijk Wetboek worden ingevoegd, opnieuw vast en brengt de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen, afdelingen en titels in overeenstemming met die nummering en met de nummering die op het tijdstip van het in werking treden van deze wet voor de Boeken 3, 6 en 8 van dat wetboek is vastgesteld.

Artikel VII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.