wetzoeker

Invoeringswet Wegenverkeerswet 1994

Wet van 17 november 1994, houdende regeling van de inwerkingtreding van de Wegenverkeerswet 1994

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-05-2009
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0007022
Versie
2009-05-01_0
SHA-256 bron
b6024976278ed3eb74fbe3af8695470d6453b234aad7d10f7c0297efe341bad2

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (76)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19
  20. Artikel 20
  21. Artikel 21
  22. Artikel 22
  23. Artikel 23
  24. Artikel 24
  25. Artikel 25
  26. Artikel 26
  27. Artikel 27
  28. Artikel 28
  29. Artikel 29
  30. Artikel 30
  31. Artikel 31
  32. Artikel 32
  33. Artikel 33
  34. Artikel 34
  35. Artikel 35
  36. Artikel 36
  37. Artikel 37
  38. Artikel 38
  39. Artikel 38a
  40. Artikel 39
  41. Artikel 40
  42. Artikel 41
  43. Artikel 42
  44. Artikel 43
  45. Artikel 44
  46. Artikel 45
  47. Artikel 46
  48. Artikel 47
  49. Artikel 48
  50. Artikel 49
  51. Artikel 50
  52. Artikel 51
  53. Artikel 52
  54. Artikel 53
  55. Artikel 54
  56. Artikel 55
  57. Artikel 56
  58. Artikel 57
  59. Artikel 58
  60. Artikel 59
  61. Artikel 60
  62. Artikel 60a
  63. Artikel 60b
  64. Artikel 61
  65. Artikel 62
  66. Artikel 63
  67. Artikel 64
  68. Artikel 65
  69. Artikel 66
  70. Artikel 67
  71. Artikel 68
  72. Artikel 69
  73. Artikel 70
  74. Artikel 71
  75. Artikel 72
  76. Artikel 73

Hoofdstuk I — Algemene bepalingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze wet wordt onder Onze Minister, motorrijtuig, kenteken, kentekenbewijs, keuringsbewijs en rijbewijs verstaan hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wegenverkeerswet, onderscheidenlijk in de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk II — Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994

Artikel 2

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 3

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 4

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 5

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 6

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 7

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 8

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 9

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 10

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 11

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 12

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 13

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 14

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 15

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 16

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 17

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 18

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 19

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 20

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 21

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 22

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 23

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk III — Wijziging van de wetten waarin wordt verwezen naar de Wegenverkeerswet en de daarop berustende uitvoeringsvoorschriften

Artikel 24

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 1 — Verkeersgedrag

Artikel 25

De grenzen van de bebouwde kommen, vastgesteld krachtens artikel 8 van de Wegenverkeerswet, worden geacht te zijn vastgesteld overeenkomstig de bij en krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde voorschriften.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 1 — Verkeersgedrag

Artikel 26

Verkeerstekens en onderborden, geplaatst krachtens de Wegenverkeerswet, worden geacht te zijn geplaatst overeenkomstig de bij en krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde voorschriften.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 1 — Verkeersgedrag

Artikel 27

Maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer, uitgevoerd vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 14 tot en met 20 van de Wegenverkeerswet 1994, worden geacht te zijn uitgevoerd overeenkomstig de krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde voorschriften.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 1 — Verkeersgedrag

Artikel 28

Bepalingen in verordeningen van provincies, gemeenten en waterschappen, in wier onderwerp door de Wegenverkeerswet 1994 wordt voorzien, blijven van kracht tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip voor zover zij op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet van 25 mei 1989 reeds van kracht waren.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 2 — Toelating tot de weg

Artikel 29

Vervallen

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 2 — Toelating tot de weg

Artikel 30

Vervallen

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 3 — Kentekens en kentekenbewijzen

Artikel 31

Kentekens die zijn opgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, worden aangemerkt als kentekens die zijn opgegeven op basis van de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 3 — Kentekens en kentekenbewijzen

Artikel 32

Voor de toepassing van de Wegenverkeerswet 1994 wordt onder kenteken mede verstaan een kenteken in de zin van de Wegenverkeerswet. Voor de toepassing van artikel 42 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt onder "deze wet" mede verstaan de Wegenverkeerswet.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 3 — Kentekens en kentekenbewijzen

Artikel 33

Kentekenbewijzen die zijn afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, worden aangemerkt als kentekenbewijzen die zijn afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 3 — Kentekens en kentekenbewijzen

Artikel 34

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat kentekenbewijzen alsmede ter vervanging van die bewijzen uitgereikte duplicaten, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, vóór een bij ministeriële regeling vast te stellen tijdstip dienen te worden vervangen door een kentekenbewijs, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet 1994. Kentekenbewijzen alsmede ter vervanging van die bewijzen uitgereikte duplicaten, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, die op dat tijdstip nog niet zijn vervangen door een kentekenbewijs, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet 1994, verliezen op dat tijdstip hun geldigheid.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 3 — Kentekens en kentekenbewijzen

Artikel 35

Aanvragen van kentekenbewijzen of delen daarvan, ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 48 van de Wegenverkeerswet 1994, worden na inwerkingtreding van dat artikel behandeld overeenkomstig de ter zake bij of krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde voorschriften.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 3 — Kentekens en kentekenbewijzen

Artikel 36

Aanvragen van nieuwe kentekenbewijzen of delen daarvan, ter vervanging van op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijzen of delen daarvan, die verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, en aanvragen van duplicaten voor op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijzen of delen daarvan, die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, welke aanvragen zijn ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 55 van de Wegenverkeerswet 1994, worden na dat tijdstip behandeld overeenkomstig de ter zake bij of krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde voorschriften.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 3 — Kentekens en kentekenbewijzen

Artikel 37

Aanvragen van nieuwe kentekenbewijzen of delen daarvan, ter vervanging van op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijzen of delen daarvan, die verloren zijn geraakt of teniet zijn gegaan, en aanvragen van duplicaten voor op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven kentekenbewijzen of delen daarvan, die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn, welke aanvragen worden ingediend na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 55 van de Wegenverkeerswet 1994, worden na dat tijdstip behandeld overeenkomstig de ter zake bij of krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde voorschriften, tenzij met toepassing van artikel 34 is bepaald dat de kentekenbewijzen ter vervanging waarvan die nieuwe kentekenbewijzen of duplicaten worden aangevraagd, dienen te worden vervangen door een kentekenbewijs, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 3 — Kentekens en kentekenbewijzen

Artikel 38

Voor de toepassing van de Wegenverkeerswet 1994 wordt onder kentekenbewijs mede verstaan een kentekenbewijs in de zin van de Wegenverkeerswet.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 3 — Kentekens en kentekenbewijzen

Artikel 38a

Tot 1 januari 2010 is artikel 36 van de Wegenverkeerswet 1994 niet van toepassing op bij ministeriële regeling aangewezen motorrijtuigen die zijn ingericht voor het vervoer van een gehandicapte.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 4 — Erkenningen

Artikel 39

Op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 83 tot en met 89 van de Wegenverkeerswet 1994 bestaande erkenningen voor het afgeven van keuringsbewijzen voor motorrijtuigen, aanhangwagens en opleggers, die zijn verleend op grond van artikel 9g van de Wegenverkeerswet, worden aangemerkt als te zijn verleend op grond van artikel 84 van de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 4 — Erkenningen

Artikel 40

Aanvragen van erkenningen voor het afgeven van keuringsbewijzen, alsmede bezwaren tegen schorsingen van erkenningen voor het afgeven van keuringsbewijzen, ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van het op dat onderwerp betrekking hebbende artikel van de Wegenverkeerswet 1994, worden na inwerkingtreding van dat artikel behandeld overeenkomstig de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 4 — Erkenningen

Artikel 41

A

Op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 100 tot en met 104 van de Wegenverkeerswet 1994 bestaande overeenkomsten, gesloten tussen Onze Minister en natuurlijke personen of rechtspersonen, krachtens welke overeenkomsten de natuurlijke persoon of rechtspersoon gerechtigd is om ter vervanging van door Onze Minister verricht onderzoek, onderzoek of deelonderzoek te verrichten ten behoeve van de goedkeuring voor toelating tot het verkeer op de weg van voertuigen ten aanzien waarvan een wijziging in de constructie is aangebracht, eindigen, onverminderd onderdeel C, met ingang van dat tijdstip.

B

Aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon, waarmee een overeenkomst als bedoeld in onderdeel A is gesloten, welke overeenkomst naar het oordeel van Onze Minister inhoudelijk voldoet aan de eisen voor verlening van een erkenning als bedoeld in artikel 101 van de Wegenverkeerswet 1994, wordt door Onze Minister met ingang van het in onderdeel A bedoelde tijdstip van inwerkingtreding een erkenning als bedoeld in het betrokken artikel van de Wegenverkeerswet 1994 verleend.

C

Onze Minister kan aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon, waarmee een overeenkomst als bedoeld in onderdeel A is gesloten, welke overeenkomst naar het oordeel van Onze Minister inhoudelijk niet voldoet aan de eisen voor verlening van een erkenning als bedoeld in artikel 101 van de Wegenverkeerswet 1994, een door hem te bepalen termijn gunnen, welke ten hoogste één jaar bedraagt, te rekenen vanaf het in onderdeel A bedoelde tijdstip van inwerkingtreding, gedurende welke termijn de overeenkomst blijft bestaan. Indien binnen deze termijn door de natuurlijke persoon of rechtspersoon naar het oordeel van Onze Minister wordt voldaan aan de eisen voor verlening van een erkenning als bedoeld in artikel 101 van de Wegenverkeerswet 1994, wordt door Onze Minister een erkenning als bedoeld in het betrokken artikel van de Wegenverkeerswet 1994 verleend. De genoemde overeenkomst eindigt in dat geval met ingang van het tijdstip van verlening van de erkenning.

D

Op overeenkomsten welke ingevolge onderdeel C voor een door Onze Minister vast te stellen termijn van kracht blijven, zijn de artikelen 102 en 103 van de Wegenverkeerswet 1994 van overeenkomstige toepassing.

E

Bij ministeriële regeling worden regels vastgesteld ter zake van de onderdelen B tot en met D. Deze regels betreffen in ieder geval het toezicht door Onze Minister ten aanzien van de betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 5 — Keuringsbewijzen

Artikel 42

Keuringsbewijzen en duplicaten van keuringsbewijzen, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, de Wet personenvervoer dan wel de Wet ambulancevervoer, behouden hun geldigheid voor de duur van de termijn waarvoor zij zijn afgegeven.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 5 — Keuringsbewijzen

Artikel 43

Aanvragen van keuringsbewijzen alsmede bezwaren tegen het al dan niet afgeven van een keuringsbewijs, ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van het op dat onderwerp betrekking hebbende artikel van de Wegenverkeerswet 1994, worden na inwerkingtreding van dat artikel behandeld overeenkomstig de bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 5 — Keuringsbewijzen

Artikel 44

Voor de toepassing van de artikelen 72, 74, 80, 82, 87, 91 en 160 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt onder keuringsbewijs mede verstaan een keuringsbewijs, afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 6 — Keuring na vordering kentekenbewijs

Artikel 45

Aanvragen van goedkeuringen na invordering van het kentekenbewijs, ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van hoofdstuk V van de Wegenverkeerswet 1994, worden na dat tijdstip behandeld overeenkomstig artikel 106 van de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 46

Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 1, eerste lid, onderdeel k, en 107 tot en met 134 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt voor de toepassing van die wet onder rijbewijs verstaan een rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 47

Tot het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 1, eerste lid, onderdeel l, en 126 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt voor de toepassing van artikel 180, vierde lid, van die wet onder beheerder van het rijbewijzenregister verstaan de beheerder van het in artikel 20, eerste lid, onderdeel f, van de Wegenverkeerswet bedoelde register betreffende afgegeven rijbewijzen.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 48

1 Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 1, eerste lid, onderdeel k, 107 tot en met 110, 111, eerste en derde tot en met vijfde lid en 112 tot en met 134 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt voor de toepassing van die wet onder rijbewijs mede verstaan een rijbewijs dat is afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet.

2 Voor de toepassing van artikel 111, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 wordt onder een eerder aan hem afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur mede verstaan een eerder op basis van de Wegenverkeerswet aan hem afgegeven rijbewijs dat hetzij nog geldig is hetzij na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

3 Met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 123 van de Wegenverkeerswet 1994 wordt voor de toepassing van het eerste lid, aanhef juncto onderdeel b, van dat artikel onder een eerder aan de aanvrager afgegeven rijbewijs mede verstaan een eerder op basis van de Wegenverkeerswet aan de aanvrager afgegeven rijbewijs dat op het moment van de aanvraag hetzij nog geldig is hetzij na 30 juni 1985 zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur of door omwisseling tegen een rijbewijs dat is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag buiten Nederland.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 49

Onverminderd artikel 50 worden rijbewijzen die zijn afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet, aangemerkt als rijbewijzen die zijn afgegeven op basis van de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 50

Op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijzen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 107 tot en met 134 van de Wegenverkeerswet 1994 nog geldig zijn, behouden hun geldigheid tot de datum waarop ingevolge artikel 99a van het Wegenverkeersreglement, zoals die bepaling op dat tijdstip luidde, tot vernieuwing van die bewijzen dient te worden overgegaan.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 51

De artikelen 18, 18a en 18b van de Wegenverkeerswet blijven van kracht ten aanzien van de gevallen waarin op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 130 tot en met 134 van de Wegenverkeerswet 1994 op de voet van artikel 18 van de Wegenverkeerswet van de houder van een geldig rijbewijs is gevorderd dat hij zich onderwerpt aan een onderzoek naar zijn rijvaardigheid dan wel naar zijn geschiktheid.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 52

Ten aanzien van rijbewijzen die ingevolge artikel 19 van de Wegenverkeerswet dienen te worden ingeleverd, blijven, voor zover op het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 107 tot en met 134 van de Wegenverkeerswet 1994 die inlevering nog niet heeft plaatsgevonden, de betrokken bepalingen van de Wegenverkeerswet van kracht.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 53

Op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijzen die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 107 tot en met 134 van de Wegenverkeerswet 1994, met toepassing van artikel 10a of artikel 18b, vierde, vijfde of zevende lid, van de Wegenverkeerswet, voor één of meer categorieën van motorrijtuigen dan wel voor een gedeelte van de geldigheidsduur ongeldig zijn verklaard, worden voor de toepassing van artikel 9, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 aangemerkt als rijbewijzen die met toepassing van artikel 124, artikel 132, tweede lid, of artikel 134, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ongeldig zijn verklaard.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 54

Op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijzen waarvan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994, met toepassing van artikel 27, eerste lid, van de Wegenverkeerswet, de overgifte is gevorderd, worden voor de toepassing van artikel 9, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 aangemerkt als rijbewijzen waarvan met toepassing van artikel 164, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 de overgifte is gevorderd.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 55

Vervallen

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 56

Aanvragen van rijbewijzen, ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de artikelen 111 tot en met 113 van de Wegenverkeerswet 1994, worden na inwerkingtreding van die artikelen behandeld overeenkomstig de ter zake bij of krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde voorschriften.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 57

Aanvragen van vervangende rijbewijzen voor op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijzen die verloren zijn geraakt, teniet zijn gegaan, versleten zijn of geheel of ten dele onleesbaar zijn, welke aanvragen zijn ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 120 van de Wegenverkeerswet 1994, worden na dat tijdstip behandeld overeenkomstig de ter zake bij of krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde voorschriften.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 58

Aanvragen van vervangende rijbewijzen voor op basis van de Wegenverkeerswet afgegeven rijbewijzen die verloren zijn geraakt, teniet zijn gegaan, versleten zijn of geheel of ten dele onleesbaar zijn, welke aanvragen worden ingediend na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 120 van de Wegenverkeerswet 1994, worden behandeld overeenkomstig de ter zake bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde voorschriften.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 59

In de gevallen, bedoeld in de artikelen 56, 57 en 58 wordt aan de aanvrager een rijbewijs volgens het door Onze Minister ingevolge artikel 107, tweede lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994 vastgestelde model afgegeven.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 60

De bij en krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde voorschriften betreffende het verschaffen van inlichtingen uit het register betreffende afgegeven rijbewijzen, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel g, van de Wegenverkeerswet blijven van toepassing ten aanzien van verzoeken om inlichtingen, ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 128 van de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 7 — Rijbewijzen

Artikel 60a

Tot 1 januari 2010 is artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994 niet van toepassing op bestuurders van bij ministeriële regeling aangewezen motorrijtuigen die zijn ingericht voor het vervoer van een gehandicapte.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › Paragraaf 7a — Bromfietscertificaten

Artikel 60b

Vervallen

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 8 — Ontheffingen

Artikel 61

Vrijstellingen en ontheffingen van bepalingen, vastgesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet, worden aangemerkt als vrijstellingen en ontheffingen van de overeenkomstige bepalingen, vastgesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994, en behouden hun geldigheid zo lang zij niet zijn vervangen door een vrijstelling of ontheffing, verleend op grond van het bepaalde bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 9 — Strafbepalingen

Artikel 62

Ten aanzien van bij of krachtens de Wegenverkeerswet strafbaar gestelde feiten die zijn begaan vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de overeenkomstige bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994, blijven de betrokken, bij of krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde voorschriften zoals deze luidden vóór dat tijdstip, van kracht.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 10 — Slotbepalingen

Artikel 63

Ten aanzien van in de bijlage van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften omschreven gedragingen die in strijd zijn met bij of krachtens de Wegenverkeerswet vastgestelde voorschriften, welke gedragingen hebben plaatsgevonden vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de overeenkomstige bepalingen van de Wegenverkeerswet 1994, blijven de betrokken bepalingen van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, zoals deze luidden vóór dat tijdstip, van kracht.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 10 — Slotbepalingen

Artikel 64

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 10 — Slotbepalingen

Artikel 65

Na de inwerkingtreding van de Wegenverkeerswet 1994 berusten het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990), het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW), het Besluit alcoholonderzoeken en het Besluit wegslepen van voertuigen op die wet.

Hoofdstuk IV — Overgangsbepalingen › § 10 — Slotbepalingen

Artikel 66

1 Indien in deze wet geregelde onderwerpen in het belang van een goede invoering van de Wegenverkeerswet 1994 nadere regeling behoeven, kan deze geschieden bij ministeriële regeling.

2 Terstond na publikatie van een ministeriële regeling als bedoeld in het eerste lid in de Staatscourant, wordt een voordracht gedaan voor een algemene maatregel van bestuur tot nadere regeling van het betrokken onderwerp.

Hoofdstuk V — Wijziging van de Wegenverkeerswet

Artikel 67

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Hoofdstuk VI — Inwerkingtreding van de Wegenverkeerswet 1994

Artikel 68

De Wegenverkeerswet 1994 treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Hoofdstuk VII — Slotbepalingen

Artikel 69

De Wegenverkeerswet wordt ingetrokken met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Hoofdstuk VII — Slotbepalingen

Artikel 70

De wet van 22 december 1982, houdende voorlopige voorzieningen in verband met de voorgenomen intrekking van het koninklijk besluit van 10 april 1939 (geldigheid wegenverkeerswetgeving ten aanzien van de strijdkrachten) wordt ingetrokken.

Hoofdstuk VII — Slotbepalingen

Artikel 71

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden gesteld.

Hoofdstuk VII — Slotbepalingen

Artikel 72

De tekst van de Wegenverkeerswet 1994 wordt in het Staatsblad geplaatst.

Hoofdstuk VII — Slotbepalingen

Artikel 73

Deze wet kan worden aangehaald als: Invoeringswet Wegenverkeerswet 1994.