wetzoeker

Artikel 35 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar

Algemeen

1 De opsporingsbevoegdheid vervalt met ingang van de dag na de datum waarop

a. de titel van opsporingsbevoegdheid vervalt of wijzigt, tenzij de akte van beëdiging is gewijzigd als bedoeld in artikel 23, tweede lid, onder a;

b. is vastgesteld dat de bekwaamheid of betrouwbaarheid voor de uitvoering van opsporingsbevoegdheden niet meer aanwezig is;

c. is vastgesteld dat het dienstverband met de werkgever is beëindigd, dan wel dat de opsporing van strafbare feiten geen onderdeel meer uitmaakt van de functie van de desbetreffende persoon;

d. door Onze Minister de opsporingsbevoegdheid van de desbetreffende persoon is beëindigd.

2 Onze Minister kan de opsporingsbevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar beëindigen

a. op een daartoe strekkende aanvraag van de werkgever of van de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar;

b. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar misbruik maakt van zijn bevoegdheden;

c. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar de aanwijzingen van het bevoegd gezag, de toezichthouder en de direct toezichthouder niet nakomt;

d. indien de buitengewoon opsporingsambtenaar heeft gehandeld in strijd met enige andere bepaling bij of krachtens dit besluit of voor zover op hem van toepassing, de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren.

3 Onze Minister kan de opsporingsbevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar opschorten voor de duur van het onderzoek naar de in het tweede lid, onder b tot en met d, genoemde handelingen.

Regeling
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar
Afkortingen
BBO, Bboa
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2022
BWB-id
BWBR0007013
Versie
2022-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl