wetzoeker

Artikel 32 Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar

Algemeen

1 Onze Minister is belast met het toezicht op de buitengewoon opsporingsambtenaar voor wat betreft diens titel van opsporingsbevoegdheid en diens bekwaamheid en betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.

2 Ten minste iedere vijf jaar dan wel ten minste op het daartoe op de akte van beëdiging vermelde tijdstip, stelt Onze Minister vast of de titel van opsporingsbevoegdheid en de bekwaamheid en de betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden nog aanwezig zijn, alsmede of het dienstverband of de functie van de buitengewoon opsporingsambtenaar ongewijzigd is gebleven en het opsporen van strafbare feiten nog steeds onderdeel uitmaakt van diens functie. Onze Minister kan daartoe inlichtingen vragen aan het College van procureurs-generaal en andere betrokkenen.

3 Onze Minister bepaalt of het nog aanwezig zijn van de bekwaamheid blijkt uit het met goed gevolg hebben afgelegd van het in artikel 16, eerste en tweede lid, bedoelde examen of uit het met goed gevolg hebben doorlopen van het in artikel 16, tweede lid, of artikel 31, eerste lid, bedoelde programma. Artikel 16, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar
Afkortingen
BBO, Bboa
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2022
BWB-id
BWBR0007013
Versie
2022-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl