wetzoeker

Wijzigingswet Waterleidingwet, enz. (Versobering en harmonisatie externe adviesorganen VROM)

Wet van 13 oktober 1994, houdende uitbreiding en wijziging van wettelijke regelingen inzake externe advisering op het terrein van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer (Versobering en harmonisatie externe adviesorganen VROM)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-1995
Rechtsgebied
Ondernemingspraktijk
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0006967
Versie
1995-01-01_0
SHA-256 bron
d9283d42ce2c560d731eb1286747435ead7a54fdfca24f90bf26cceae15058cc

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (16)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X
  11. Artikel XI
  12. Artikel XII
  13. Artikel XIII
  14. Artikel XIV
  15. Artikel XV
  16. Artikel XVI

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel X

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XIV

1 De Commissie drinkwatervoorziening, bedoeld in artikel 2 van de Waterleidingwet, zet de lopende werkzaamheden van de Raad voor de Drinkwatervoorziening voort.

2 Personen die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de functie bekleden van voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, lid of plaatsvervangend lid van de Technische commissie bodembescherming of de Raad voor het milieubeheer, zetten de uitoefening van die functie voort voor de duur van hun benoeming.

3 Personen die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de functie bekleden van voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, lid of plaatsvervangend lid van de Raad van Advies voor de Ruimtelijke ordening, de Waddenadviesraad of de Raad voor de Volkshuisvesting, worden met ingang van dat tijdstip uit die functie ontslagen.

4 In afwijking van artikel 55d, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt voor de eerste maal, nadat deze wet in werking is getreden, de voorzitter benoemd zonder dat de Raad voor de ruimtelijke ordening is gehoord.

5 In afwijking van artikel 55d, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening worden voor de eerste maal, nadat deze wet in werking is getreden:

a. ten hoogste acht leden voor een periode van drie jaren, en

b. ten hoogste acht leden voor een periode van vier jaren benoemd.

6 In afwijking van artikel 56e, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening wordt voor de eerste maal, nadat deze wet in werking is getreden, de voorzitter benoemd zonder dat de Waddenadviesraad is gehoord.

7 In afwijking van artikel 56e, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening worden voor de eerste maal, nadat deze wet in werking is getreden:

a. ten hoogste acht leden voor een periode van drie jaren, en

b. ten hoogste negen leden voor een periode van vier jaren benoemd.

8 In afwijking van artikel 91, eerste lid, van de Woningwet wordt voor de eerste maal, nadat deze wet in werking is getreden, de voorzitter benoemd zonder dat de Raad voor de volkshuisvesting is gehoord.

9 In afwijking van artikel 91, derde lid, van de Woningwet worden voor de eerste maal, nadat deze wet in werking is getreden:

a. ten hoogste zeven leden voor een periode van drie jaren, en

b. ten hoogste zes leden voor een periode van vier jaren benoemd.

10 De Commissie genetische modificatie, bedoeld in artikel 2.26 van de Wet milieubeheer, zet de lopende werkzaamheden van de Voorlopige commissie genetische modificatie voort.

11 Personen die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet de functie bekleden van voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, lid of plaatsvervangend lid van de Raad voor de Drinkwatervoorziening of de Voorlopige commissie genetische modificatie, zetten de uitoefening van die functie voort als voorzitter, plaatsvervangend voorzitter, lid, onderscheidenlijk plaatsvervangend lid, van de Commissie drinkwatervoorziening, onderscheidenlijk de Commissie genetische modificatie, voor de duur van hun benoeming.

Artikel XV

1 Voor de plaatsing van deze wet in het Staatsblad brengt Onze Minister de in deze wet voorkomende aanhalingen van artikelen van de Wet bodembescherming in overeenstemming met de door Onze Minister opnieuw vastgestelde nummering daarvan.

2 Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel XVI

De tekst van de Waterleidingwet wordt door Onze Minister van Justitie in het Staatsblad geplaatst.