wetzoeker

Mandaatsbesluit politiebevoegdheden

Besluit van de Minister van Justitie van 19 september 1994, nr. 457711/594/NE, houdende mandaat aan de procureurs-generaal inzake toekenning van politiebevoegdheden aan buitengewoon opsporingsambtenaren

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
20-12-1999
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0006926
Versie
1999-12-20_0
SHA-256 bron
b6b58f7a221181f74bc58285833f5214b3cfb02c360f719df29ba472de09a316

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

1 Het College van procureurs-generaal is bevoegd tot het toekennen van de bevoegdheden omschreven in artikel 8, eerste en derde lid, van de Politiewet 1993 aan de buitengewoon opsporingsambtenaar aan wie het College een akte van opsporingsbevoegdheid heeft verleend.

2 Het College van procureurs-generaal kan bepalen dat het toekennen van de in het eerste lid genoemde bevoegdheden namens het College geschiedt.

Artikel 2

Het College van procureurs-generaal, bedoeld in artikel 1, eerste lid, is namens de Minister bevoegd in en buiten rechte op te treden in zaken, betreffende de in artikel 1, eerste lid genoemde beslissingen.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 oktober 1994.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatsbesluit politiebevoegdheden.

Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant en het Algemeen Politieblad.