wetzoeker

Artikel 3.22 Rijnvaartpolitiereglement 1995

Tekens tijdens het stilliggen

1 Een op zijn aanlegplaats stilliggende niet-vrijvarende veerpont moet des nachts de bij artikel 3.16, eerste lid, voorgeschreven lichten voeren.

Bovendien moet de het meest bovenstrooms gelegen ankerschuit of drijver van een veerpont aan een langskabel des nachts het bij artikel 3.16, tweede lid, voorgeschreven licht voeren.

2 Een op zijn aanlegplaats stilliggende vrijvarende veerpont, die dienst doet, moet des nachts de bij artikel 3.16, eerste lid, voorgeschreven lichten voeren. Hij mag bovendien de bij artikel 3.08, eerste lid onder b en c, voorgeschreven lichten blijven voeren.

Hij moet het groene licht bedoeld in artikel 3.16, eerste lid onder b, alsmede de lichten bedoeld in artikel 3.08, eerste lid onder b en c, doven, zodra hij buiten dienst is.

Regeling
Rijnvaartpolitiereglement 1995
Afkortingen
Besluit RPR, RPR
Soort
KB
Geldend vanaf
17-06-2026
BWB-id
BWBR0006923
Versie
2026-06-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl