wetzoeker

Artikel 15.06 Rijnvaartpolitiereglement 1995

Bescherming van het water tegen verontreiniging en verwijdering van scheepsafvalstoffen

1 De schipper moet bij het bunkeren van brandstof en smeerstoffen ervoor zorgen dat:

a. de hoeveelheid die wordt gebunkerd binnen de afleesbare standen van de peilinrichting blijft;

b. ingeval van afzonderlijk vullen van de tanks de afsluiters in de verbindingsleidingen tussen tanks gesloten zijn;

c. het bunkeren onder toezicht geschiedt; en,

d. een inrichting overeenkomstig artikel 8.05, tiende lid, van ES-TRIN wordt gebruikt.

2 De schipper moet er voorts voor zorgen, dat de personen van het bunkerstation en van het schip die voor het bunkeren verantwoordelijk zijn, voordat zij met het bunkeren beginnen, de volgende punten zijn overeengekomen:

a. het verzekerd zijn van het goede functioneren van het systeem, bedoeld in artikel 8.05, elfde lid van ES-TRIN alsmede het aanwezig zijn van een spreekverbinding tussen het schip en het bunkerstation;

b. de te bunkeren hoeveelheid per tank en de vulsnelheid, vooral met het oog op mogelijke problemen met het ontluchten van de tank;

c. de volgorde waarin de tanks worden gevuld;

d. de snelheid van het schip, wanneer varend wordt gebunkerd.

3 De schipper van een bunkerboot mag met het bunkeren pas beginnen wanneer de overeenstemming over de punten bedoeld in het tweede lid is vastgesteld.

Regeling
Rijnvaartpolitiereglement 1995
Afkortingen
Besluit RPR, RPR
Soort
KB
Geldend vanaf
17-06-2026
BWB-id
BWBR0006923
Versie
2026-06-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl