wetzoeker

Artikel 1.13 Rijnvaartpolitiereglement 1995

Algemene bepalingen

1 Een schip mag verkeerstekens (boeien, drijvers, bakens, waarschuwingsvlotten met verkeerstekens, enz.) niet gebruiken om daaraan te meren of daaraan te verhalen, niet beschadigen en niet ongeschikt voor hun bestemming maken.

2 Indien een schip of een drijvend voorwerp een verkeersteken heeft verplaatst of een inrichting heeft beschadigd, die deel uitmaakt van het stelsel van verkeerstekens van de vaarweg, moet de schipper daarvan onverwijld kennis geven aan de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit.

3 In het algemeen genomen heeft de schipper de verplichting het in het ongerede of beschadigd zijn van verkeerstekens (het niet functioneren van een licht, de verplaatsing van een boei, de vernieling van een verkeersteken) onverwijld ter kennis van de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit te brengen.

Regeling
Rijnvaartpolitiereglement 1995
Afkortingen
Besluit RPR, RPR
Soort
KB
Geldend vanaf
17-06-2026
BWB-id
BWBR0006923
Versie
2026-06-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl