wetzoeker

Instellingsbesluit Justitie Emancipatie Stuurgroep

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-1994
Rechtsgebied
Bestuursrecht, Staats- en bestuursrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0006865
Versie
1994-09-01_0
SHA-256 bron
b1ab30f03b274ee242be797e26e6da70a204708a9bf5dc25b369242f6e9ec077

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (11)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11

Artikel 1

In dit Besluit wordt verstaan onder:

‘Ministerie’:

het Ministerie van Justitie (in de zin van artikel 44 van de Grondwet);

Artikel 2

Ingesteld wordt een Justitie Emancipatie Stuurgroep (JES), verder te noemen: de stuurgroep.

Artikel 3

De stuurgroep heeft tot taak:

a. het stimuleren van en het adviseren over het emancipatiebeleid van het ministerie;

b. het begeleiden van de invoering van richtlijnen op emancipatiegebied;

c. het volgen van de verwezenlijking van het emancipatiebeleid van het ministerie;

d. het stimuleren van het ontstaan van een klimaat waarbinnen een ieder, ongeacht geslacht, optimaal kan functioneren;

e. het bijdragen aan de bewustwording van factoren, die vrouwen kunnen belemmeren in de uitoefening van hun functie en hun loopbaanontwikkeling en het streven naar het wegnemen van die factoren;

f. het bewaken van eenduidigheid en samenhang in beleid en regelgeving waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke positie van vrouwen;

Artikel 4

Omtrent het in artikel 3 genoemde adviseert de stuurgroep aan de Minister of de Staatssecretaris, door tussenkomst van de Secretaris-Generaal, alsmede aan de Secretaris-Generaal en aan het Hoofd Centrale Directie Personeelszaken of het Hoofd van een der overige beleids- respectievelijk beheersdirecties binnen het ministerie;

Artikel 5

1 Op voordracht van de voorzitter van de stuurgroep wordt door directies dan wel zelfstandige dienstonderdelen van het ministerie een lid en een plaatsvervangend lid aangewezen. Het aan te wijzen lid of plaatsvervangend lid dient affiniteit met de emancipatie van vrouwen te hebben. Daarnaast dient het aan te wijzen lid of plaatsvervangend lid in staat te zijn emancipatie- en departementale beleidsdoelstellingen te integreren.

2 De vertegenwoordiger van het ministerie in de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid, of diens plaatsvervanger, is tevens lid van de stuurgroep.

3 Op uitnodiging van de stuurgroep kunnen vertegenwoordigers van de onder artikel 5.1. genoemde diensten aan de vergadering van de stuurgroep deelnemen.

4 De voorzitter, de secretaris en de leden worden benoemd door de Secretaris-Generaal.

Artikel 6

1 De stuurgroep stelt uit haar leden een dagelijks bestuur samen, bestaande uit de voorzitter, de secretaris en drie leden.

2 De stuurgroep kan ter uitvoering van haar taak werkgroepen instellen. Een werkgroep kan permanent dan wel voor een bepaald onderwerp worden ingesteld. De stuurgroep kan, na verkregen instemming van het verantwoordelijke hoofd van dienst, personen die geen lid zijn uitnodigen in een werkgroep zitting te nemen.

3 De stuurgroep bereidt met de vertegenwoordiger van het departement in de Interdepartementale Coördinatiecommissie Emancipatiebeleid de onderwerpen die in die commissie aan de orde komen voor, voor zover deze onderwerpen de doelstelling en taak van de stuurgroep raken.

4 De stuurgroep vergadert tenminste viermaal per jaar. Het dagelijks bestuur en de werkgroepen vergaderen zo vaak als voor een goede taakuitoefening nodig is.

Artikel 7

De stuurgroep stelt jaarlijks een werkprogramma op. Daarin wordt opgenomen de bestemming van de emancipatiegelden die onder beheer van de stuurgroep vallen alsmede een plan van haar activititeiten en de daarvoor benodigde gelden.

Artikel 8

De stuurgroep brengt jaarlijks een verslag van haar werkzaamheden uit aan de Secretaris-Generaal. Een afschrift wordt, door tussenkomst van de Secretaris-Generaal, verzonden aan de Minister en de Staatssecretaris. Dit verslag is openbaar.

Artikel 9

Op verzoek van de voorzitter van de stuurgroep zullen de in artikel 4 genoemde functionarissen aan wie advies is uitgebracht hun reactie daarop kenbaar maken aan de voorzitter. Als het advies en de reactie een bredere beleidsrelevantie hebben, dan kan de voorzitter samen met de betrokken functionaris bezien of deze voor publikatie vatbaar is.

Artikel 10

Het besluit van 6 maart 1979, nr. 114/679 wordt ingetrokken.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 september 1994.