wetzoeker

Artikel 1 Klachtenregeling seksuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. bevoegd gezag:

de Minister, hoofd van het betrokken ministerie, met uitzondering van de Minister van Defensie;

b. klager:

de persoon die zich wendt tot de vertrouwenspersoon, dan wel een klacht over seksuele intimidatie indient bij de klachtencommissie;

c. beklaagde:

de persoon tegen wie de klacht is gericht;

d. seksuele intimidatie:

ongewenste seksuele toenadering, verzoeken om seksuele gunsten of ander verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag van seksuele aard waarbij tevens sprake is van een van de volgende punten:

onderwerping aan dergelijk gedrag wordt hetzij expliciet hetzij impliciet gehanteerd als voorwaarde voor de tewerkstelling van een persoon;

onderwerping aan of afwijzing van dergelijk gedrag door een persoon wordt gebruikt of medegebruikt als basis voor beslissingen die het werk van deze persoon raken;

dergelijk gedrag heeft het doel de werkprestaties van een persoon aan te tasten en/of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving te creëren, dan wel heeft het gevolg dat de werkprestaties van een persoon worden aangetast en/of een intimiderende, vijandige of onaangename werkomgeving wordt gecreëerd.

Regeling
Klachtenregeling seksuele intimidatie burgerlijk rijkspersoneel
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
12-08-1994
BWB-id
BWBR0006835
Versie
1994-08-12_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl