wetzoeker

Artikel 25 Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994

Tijdvak

1 Het tijdvak waarover de omzetbelasting, de vliegbelasting, de belasting van personenauto’s en motorrijwielen en de assurantiebelasting moeten worden betaald, is het kalenderkwartaal of, indien de inspecteur zulks vordert, dan wel de belastingplichtige over een kalendermaand aangifte doet, de kalendermaand.

2 Ten aanzien van de belastingplichtige met een boekjaar van twaalf maanden dat niet samenvalt met het kalenderjaar, treden de boekjaarkwartalen en de boekjaarmaanden in de plaats van de kalenderkwartalen, onderscheidenlijk de kalendermaanden.

3 In bijzondere gevallen kan de inspecteur een ander tijdvak dan een kwartaal of een maand aanwijzen als tijdvak waarover de in het eerste lid bedoelde belastingen moeten worden betaald.

4 Het tijdvak waarover de in het eerste lid bedoelde belastingen moeten worden betaald, wordt ten aanzien van degene die op enig tijdstip - anders dan tijdelijk - ophoudt belastingplichtige te zijn, vervangen door het op dat tijdstip verstreken gedeelte van dat tijdvak.

Regeling
Uitvoeringsregeling Algemene wet inzake rijksbelastingen 1994
Afkortingen
UR AWR 1994, Ur AWR
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0006736
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl