wetzoeker

Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers

Wet van 19 mei 1994, houdende regels betreffende de instelling van een zelfstandig bestuursorgaan, belast met de materiële en immateriële opvang van asielzoekers

Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
Afkortingen
Wet Coa
Rechtsgebied
Migratierecht, Vreemdelingenrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0006685
Versie
2026-06-04_0
SHA-256 bron
8bca7309bee908372b75e2af171f7254d3ea0b70085c4a8ce02e735ee30172c0

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (27)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 3a
  5. Artikel 3b
  6. Artikel 3c
  7. Artikel 4
  8. Artikel 5
  9. Artikel 6
  10. Artikel 7
  11. Artikel 8
  12. Artikel 9
  13. Artikel 9a
  14. Artikel 10
  15. Artikel 11
  16. Artikel 12
  17. Artikel 13
  18. Artikel 14
  19. Artikel 15
  20. Artikel 16
  21. Artikel 17
  22. Artikel 18
  23. Artikel 19
  24. Artikel 20
  25. Artikel 21
  26. Artikel 21a
  27. Artikel 22

§ 1 — Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Asiel en Migratie;

b. COA: het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, bedoeld in artikel 2;

c. Kaderwet: de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen;

d. opvangcentrum: opvangvoorziening, niet zijnde een woning, hotel of pension, waarin door het COA aan asielzoekers opvang wordt geboden;

e. opvangvoorziening: een accommodatie waarin door of onder verantwoordelijkheid van het COA onderscheidenlijk door of onder verantwoordelijkheid van het college opvang wordt geboden aan asielzoekers;

f. ontheemde: de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet als bedoeld in artikel 1 van de Vreemdelingenwet 2000, omdat hij onder de reikwijdte valt van Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan, of een verlenging daarvan.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 2

1 Er is een Centraal Orgaan opvang asielzoekers, dat rechtspersoonlijkheid bezit.

2 Het COA heeft zijn zetel ter plaatse door Onze Minister te bepalen.

3 De Kaderwet is van toepassing op het COA.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 3

1 Het COA is belast met:

a. de materiële en immateriële opvang van asielzoekers;

b. het plaatsen van asielzoekers in een opvangvoorziening;

c. werkzaamheden met betrekking tot de bemiddeling bij de uitstroom van verblijfsgerechtigden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014 naar door burgemeester en wethouders beschikbaar gestelde huisvesting;

d. door Onze Minister aan het COA op te dragen andere taken die samenhangen met de opvang van asielzoekers.

2 Onze minister kan het COA taken als bedoeld in het eerste lid opdragen met betrekking tot andere categorieën vreemdelingen.

3 Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld met betrekking tot verstrekkingen aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen als bedoeld in het tweede lid.

4 Dit artikel is niet van toepassing op ontheemden.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 3a

1 Het COA bepaalt in welke opvangvoorziening een asielzoeker wordt geplaatst en is bevoegd een asielzoeker naar een andere voorziening over te plaatsen.

2 Overplaatsing is in ieder geval noodzakelijk indien:

a. de opvangvoorziening waarin de asielzoeker verblijft, wordt gesloten;

b. een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de asielprocedure daarmee is gediend.

3 Na overplaatsing van een asielzoeker naar een andere opvangvoorziening worden de verstrekkingen in deze andere opvangvoorziening aangeboden.

4 Bij de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, zorgt het COA er voor dat de eenheid van het gezin in de mate van het mogelijke en met instemming van de asielzoekers bewaard wordt.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 3b

1 Het COA kan met het college van burgemeester en wethouders overeenkomen dat het college verantwoordelijk is voor de exploitatie van een opvangvoorziening.

2 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over exploitatie door het college.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 3c

Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de eisen waaraan opvangvoorzieningen moeten voldoen. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen reguliere opvang, opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen en andere opvang van bijzondere aard.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 4

Bij de toepassing van artikel 3, tweede en derde lid, doet Onze Minister, voor zover dat gevolgen heeft voor de uitoefening van openbaar gezag door het COA, daarvan mededeling aan beide Kamers der Staten-Generaal.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 5

1 In afwijking van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 zijn de afdelingen 1, 3 en 4 van hoofdstuk 7 van de Vreemdelingenwet 2000 van toepassing op besluiten in het kader van het onthouden dan wel de beëindiging van verstrekkingen bij of krachtens deze wet.

2 In afwijking van artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 worden handelingen van het COA ten aanzien van een vreemdeling als zodanig die worden verricht in het kader van de beëindiging van verstrekkingen bij of krachtens deze wet, voor de toepassing van deze wet met een beschikking gelijkgesteld. De afdelingen 1, 3 en 4 van hoofdstuk 7 van de Vreemdelingenwet 2000 zijn op die beschikking van toepassing.

3 In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 82 van de Vreemdelingenwet 2000 niet van toepassing.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 6

Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over een specifieke uitkering aan gemeenten ten behoeve van kosten verband houdende met de opvang van asielzoekers.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 7

Het COA heeft een bestuur.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 8

1 Het bestuur bestaat uit ten hoogste drie leden, waaronder de voorzitter. Het bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. Bij het staken van stemmen geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

2 De leden van het bestuur worden benoemd voor vier jaren. De aftredende leden kunnen ten hoogste tweemaal worden herbenoemd.

3 Het bestuur stelt een reglement vast, dat in ieder geval voorziet in:

a. de vervanging van de voorzitter bij diens schorsing of ontstentenis;

b. delegatie en mandaat van bevoegdheden van het bestuur;

c. de wijze van besluitvorming van het bestuur.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 9

1 Het bestuur is belast met de dagelijkse leiding van het COA en draagt zorg voor een goede uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 3.

2 Een besluit van het bestuur om werkzaamheden, die de uitvoering van taken als bedoeld in artikel 3 betreffen, door derden te laten uitvoeren, behoeft voor zover het door Onze Minister aangegeven werkzaamheden betreft zijn goedkeuring.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 9a

1 Het bestuur stelt voor het personeel een meldcode vast waarin stapsgewijs wordt aangegeven hoe met signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling wordt omgegaan en die er redelijkerwijs aan bijdraagt dat zo snel en adequaat mogelijk hulp kan worden geboden.

2 Onder huiselijk geweld wordt verstaan: huiselijk geweld als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.

3 Onder kindermishandeling wordt verstaan: kindermishandeling als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet.

4 Het bestuur bevordert de kennis en het gebruik van de meldcode.

5 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld uit welke elementen een meldcode in ieder geval bestaat.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 10

Vervallen

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 11

Vervallen

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 12

In afwijking van artikel 2 van de Wet privatisering ABP zijn de bij het COA werkzame personen geen overheidswerknemer in de zin van die wet. Artikel 15 van de Kaderwet is niet van toepassing.

§ 2 — Instelling en taken

Artikel 13

Het COA wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter van het bestuur.

§ 3 — Informatievoorziening, sturing en toezicht

Artikel 14

1 Onze Minister en het bestuur verstrekken elkaar tijdig alle voor de uitoefening van hun taken benodigde inlichtingen.

2 Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de verstrekking aan en door hem van inlichtingen als bedoeld in het eerste lid.

§ 3 — Informatievoorziening, sturing en toezicht

Artikel 15

1 Het activiteitenverslag, bedoeld in artikel 4:80 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt opgenomen in het jaarverslag, bedoeld in artikel 18 van de Kaderwet.

2 Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de inrichting van het activiteitenverslag van het COA.

§ 4 — Bekostiging en financieel toezicht

Artikel 16

1 Onze Minister verstrekt het COA een subsidie voor de uitvoering van de opgedragen taken ten laste van de begroting van het Ministerie van Asiel en Migratie.

2 In afwijking van artikel 4:21, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is titel 4.2 van die wet op de subsidie van toepassing.

3 De subsidie wordt per boekjaar verstrekt.

4 Afdeling 4.2.8, met uitzondering van de artikelen 4:71 en 4:72, eerste, tweede, vierde en vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing.

§ 4 — Bekostiging en financieel toezicht

Artikel 17

1 Het activiteitenplan behoeft de instemming van Onze Minister. De artikelen 10:28 tot en met 10:31 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

2 Indien door bijzondere omstandigheden voor het COA kosten ontstaan die niet zijn voorzien bij de indiening van de begroting wordt ter zake van die kosten een aanvullend activiteitenplan en een aanvullende begroting ingediend. Ook het aanvullend activiteitenplan en de aanvullende begroting behoeven de instemming van Onze Minister.

§ 4 — Bekostiging en financieel toezicht

Artikel 18

1 Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent:

a. de gegevens die Onze Minister met het oog op het opstellen van de begroting verstrekt aan het COA, alsmede op welk tijdstip deze gegevens uiterlijk worden verstrekt;

b. de termijn waarbinnen Onze Minister op het verzoek tot verlening onderscheidenlijk tot vaststelling van de subsidie beslist;

c. de wijze waarop de subsidie wordt bepaald;

d. de gevallen waarin het COA een vergoeding voor vermogensvorming als bedoeld in artikel 4:41 van de Algemene wet bestuursrecht verschuldigd is, alsmede hoe deze vergoeding wordt berekend;

e. de omvang en aanvulling van de egalisatiereserve en de aanwending van overschotten;

f. de overige aan de subsidie verbonden verplichtingen;

g. het verlenen van voorschotten.

2 De voordracht voor een krachtens het eerste lid vastgestelde algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

§ 4 — Bekostiging en financieel toezicht

Artikel 19

1 Bij het onderzoek, bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, onderzoekt de accountant tevens de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen. Onze Minister stelt een aanwijzing over de reikwijdte en de intensiteit van de controle vast.

2 De accountant geeft binnen dertien weken na afloop van het boekjaar een schriftelijke verklaring af over de naleving van de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

3 Het bestuur werkt mee aan door Onze Minister in te stellen onderzoeken, die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak van het ministerie.

§ 4 — Bekostiging en financieel toezicht

Artikel 20

Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot de inrichting van het activiteitenplan en de begroting.

§ 5 — Slotbepalingen

Artikel 21

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

§ 5 — Slotbepalingen

Artikel 21a

1 Met ingang van het tijdstip waarop de Tijdelijke wet opvang ontheemden Oekraïne vervalt, vervalt onder vervanging van de puntkomma aan het slot van artikel 1, onderdeel e, door een punt, onderdeel f, en vervalt in artikel 3 het vierde lid.

2 Dit artikel vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

§ 5 — Slotbepalingen

Artikel 22

Deze wet wordt aangehaald als: Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.