wetzoeker

Wijzigingswet Mediawet in verband met het versterken van de organisatie van de landelijke publieke omroep

Wet van 28 april 1994, houdende wijziging van bepalingen van de Mediawet in verband met het versterken van de organisatie van de landelijke publieke omroep en het bieden van langdurige zekerheid aan omroepinstellingen

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-1995
Rechtsgebied
Cultureel recht
Ministerie
Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
BWB-id
BWBR0006643
Versie
1995-01-01_0
SHA-256 bron
126baa23b28c6195bd47a0128a7033bb94c3cb3027fee4d10d8185ac410432f4

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

1 Op de dag voor die waarop artikel I, onderdelen E tot en met J, van deze wet in werking treedt, doet Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur een notariële akte verlijden, waarbij met ingang van de daarop volgende dag:

a. een duidelijk omschreven deel van het vermogen van de Nederlandse Omroepprogramma Stichting wordt afgescheiden, dat samenhangt met de taak die ingevolge de krachtens deze wet gewijzigde Mediawet is opgedragen aan de Nederlandse Programma Stichting;

b. door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur de Nederlandse Programma Stichting wordt opgericht met als vermogen het vermogensdeel, bedoeld in onderdeel a;

c. door Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur de statuten van de Nederlandse Omroepprogramma Stichting worden gewijzigd met het oog op de krachtens deze wet gewijzigde Mediawet, waarbij in ieder geval de statutaire naam van de Nederlandse Omroepprogramma Stichting wordt gewijzigd in: Nederlandse Omroep Stichting.

2 Bij de notariële akte wordt een lijst gevoegd van die werknemers in dienst van de Nederlandse Omroepprogramma Stichting, die vanaf het tijdstip van oprichting van de Nederlandse Programma Stichting in dienst zullen zijn van de Nederlandse Programma Stichting. De artikelen 1639aa tot en met 1639dd van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing.

3 Op het tijdstip van oprichting van de Nederlandse Programma Stichting gaat het vermogensdeel van de Nederlandse Omroepprogramma Stichting, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, overeenkomstig de notariële akte onder algemene titel over op de Nederlandse Programma Stichting.

4 Ter zake van de overgang, bedoeld in het derde lid, is geen overdrachtsbelasting of omzetbelasting verschuldigd.

Artikel IV

De Nederlandse Omroep Stichting en de Nederlandse Programma Stichting staan als hoofdelijk schuldenaar over en weer garant voor de nakoming van de financiële verplichtingen die de Nederlandse Omroepprogramma Stichting voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdelen E tot en met J, van deze wet is aangegaan.

Artikel V

Een instelling die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel KK, van deze wet een vergoeding voor kosten van investeringen voor nieuwbouw ontvangt van het Commissariaat voor de Media ingevolge artikel 103 van de Mediawet, zoals dat artikel luidde voor de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel KK, van deze wet, behoudt tot uiterlijk drie jaren na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel KK, van deze wet recht op die vergoeding.

Artikel VI

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen tot twee jaar na de inwerkingtreding van deze bepaling, in gevallen waarin deze wet niet voorziet, regels worden gesteld met betrekking tot de invoering van artikelen van deze wet of onderdelen daarvan.

Artikel VII

De tekst van de Mediawet wordt in het Staatsblad geplaatst.

Artikel VIII

De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.