wetzoeker

Artikel 6.20 Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas

Vaarregels

Een schip moet zijn snelheid zodanig regelen, dat hinderlijke waterbeweging waardoor schade aan een varend of een stilliggend schip of aan een werk zou kunnen worden veroorzaakt wordt vermeden. Het moet tijdig zijn snelheid verminderen, echter niet beneden de snelheid nodig voor het veilig sturen:

a. voor een havenmond;

b. in de nabijheid van een schip dat gemeerd is aan de oever of aan een ontschepingsplaats dan wel dat wordt geladen of gelost;

c. in de nabijheid van een schip dat op een gebruikelijke ligplaats stilligt;

d. bij het voorbijvaren van een schip als bedoeld in de artikelen 3.27 en 3.41 aan de zijde waar de tekens van het eerste lid onder c van elk dezer artikelen worden getoond. Het moet voorts zover mogelijk daarvan verwijderd blijven.

Regeling
Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas
Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-2013
BWB-id
BWBR0006618
Versie
2013-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl