wetzoeker

Artikel 6.13 Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas

Vaarregels

1 Een schip mag slechts keren, nadat het zich er van heeft vergewist, dat, het tweede en derde lid in aanmerking genomen, dit zonder gevaar kan geschieden en zonder dat andere schepen worden genoodzaakt hun koers of hun snelheid plotseling en in sterke mate te wijzigen.

2 Indien daardoor een ander schip zou worden genoodzaakt zijn koers of zijn snelheid te wijzigen, moet het schip dat wil keren dit tijdig tevoren aankondigen door het geven van:

- één lange stoot gevolgd door één korte stoot, zo het over stuurboord wil keren,

- één lange stoot gevolgd door twee korte stoten, zo het over bakboord wil keren.

3 Het andere schip moet dan voorzover nodig en mogelijk zijn koers of zijn snelheid wijzigen om het keren zonder gevaar te kunnen doen geschieden.

4 Tussen een klein schip en een ander schip zijn de voorgaande leden niet van toepassing. Tussen kleine schepen onderling zijn van de voorgaande leden alleen het eerste en het derde lid van toepassing.

Regeling
Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas
Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-2013
BWB-id
BWBR0006618
Versie
2013-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl