wetzoeker

Artikel 3.08 Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas

Optische tekens van schepen

1 Een alleenvarend motorschip moet voeren:

a. een toplicht op het voorschip in de lengte-as van het schip op een hoogte van tenminste 5 m. Deze hoogte mag worden verminderd tot 4 m, indien de lengte van het schip niet meer dan 40 m bedraagt;

b. boordlichten op gelijke hoogte en in een lijn loodrecht op de lengte-as van het schip en tenminste 1 m lager dan het toplicht;

c. een heklicht op het achterschip in de lengte-as van het schip op een zodanige hoogte, dat het goed zichtbaar is voor een ander schip dat het schip oploopt.

2 Een alleenvarend motorschip mag een tweede toplicht voeren achter het toplicht op het voorschip in de lengte-as van het schip en tenminste 3 m hoger, zodanig dat de horizontale afstand tussen de beide lichten tenminste driemaal de verticale afstand bedraagt.

3 Dit artikel is niet van toepassing op een klein schip.

Regeling
Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas
Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-2013
BWB-id
BWBR0006618
Versie
2013-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl