wetzoeker

Artikel 1.17 Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas

Algemene bepalingen

1 Indien een schip is vastgevaren of gezonken moet de schipper zo spoedig mogelijk daarvan kennis geven aan de dichtstbijzijnde bevoegde autoriteit. De schipper of, ingeval deze een ander lid der bemanning daartoe opdracht geeft, dit bemanningslid, moet aan boord of in de nabijheid van de plaats van het ongeval blijven, zolang de bevoegde autoriteit hem niet heeft toegestaan zich te verwijderen.

2 Tenzij dit klaarblijkelijk niet nodig is, moet de schipper, onverminderd de verplichting de bij de artikelen 3.27 en 3.41 bedoelde lichten en dagtekens te tonen, zo spoedig mogelijk naderende schepen laten waarschuwen op daarvoor geschikte plaatsen en op zodanige afstand van de plaats van het ongeval, dat de schippers van deze schepen tijdig de nodige maatregelen kunnen nemen.

Regeling
Scheepvaartreglement Gemeenschappelijke Maas
Soort
KB
Geldend vanaf
01-01-2013
BWB-id
BWBR0006618
Versie
2013-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl