wetzoeker

Regeling opsporingsbijstand Koninklijke marechaussee

Regeling van de Minister van Justitie (nr.430244/594/NE) houdende bijstand van de militairen van de Koninklijke marechaussee ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2023
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0006568
Versie
2023-01-01_0
SHA-256 bron
b4920971f311de6e3564101b9d3ae5714833769d49c17ccd2c02b9e1e5a8406d

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 2a
  4. Artikel 3
  5. Artikel 4

Artikel 1

1 Indien de Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met de Minister van Defensie, bepaalt dat op het verzoek van het gezag, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de Politiewet 2012, bijstand wordt verleend, wordt door de officieren, onderofficieren en de door de Minister van Justitie en Veiligheid, in overeenstemming met de Minister van Defensie, aangewezen andere militairen van de Koninklijke marechaussee bijstand verleend aan de politie voor het gezamenlijk optreden met de politie ter opsporing van strafbare feiten.

2 De procureur-generaal heeft het mandaat, in overeenstemming met de commandant van het Wapen der Koninklijke marechaussee, daartoe personen als bedoeld in het eerste lid aan te wijzen.

Artikel 2

1 In gevallen als bedoeld in artikel 1 worden niet meer dan drie van de in artikel 1 genoemde militairen aangewezen, steeds voor de duur van een met name genoemd onderzoek.

2 Van elke aanwijzing op grond van deze regeling stelt de procureur-generaal, de Minister van Justitie en Veiligheid onverwijld in kennis. De commandant van het Wapen der Koninklijke marechaussee stelt de Minister van Defensie van elke aanwijzing onverwijld in kennis.

3 In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kunnen meer dan drie van de in artikel 1 genoemde militairen aangewezen worden indien daartoe voorafgaande toestemming is gegeven door de Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met de Minister van Defensie.

Artikel 2a

Deze regeling berust op artikel 57, derde lid, van de Politiewet 2012.

Artikel 3

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 april 1994.

Artikel 4

Deze regeling wordt aangehaald als regeling opsporingsbijstand Koninklijke marechaussee.

Deze regeling zal worden gepubliceerd in het Staatscourant en het Algemeen Politieblad.