wetzoeker

Artikel 36z Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Rechten en verplichtingen bij reorganisaties

1 Aan de niet voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar die heeft geweigerd te voldoen aan een hem op grond van dit hoofdstuk opgelegde verplichting, kan op grond hiervan ontslag worden verleend.

2 Ontslag als bedoeld in het eerste lid gaat niet eerder in dan na het verstrijken van een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de dag van ontslagverlening.

3 Ontslag als bedoeld in het eerste lid wordt verleend door het gezag dat krachtens de wet bevoegd is tot benoeming in het ambt dat de betrokken rechterlijk ambtenaar laatstelijk heeft vervuld, met dien verstande dat niet wordt besloten onderscheidenlijk een voordracht wordt gedaan dan nadat de functionele autoriteit hierover heeft geadviseerd dan wel het voorstel hiervoor heeft gedaan.

Regeling
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
Afkortingen
Brra
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0006530
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl