wetzoeker

Artikel 33da Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren

Vakantie

1 De aanspraak op wettelijke vakantie-uren vervalt na afloop van één jaar na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.

2 Indien de rechterlijk ambtenaar redelijkerwijs niet in staat is geweest de wettelijke vakantie-uren binnen de in het eerste lid genoemde termijn op te nemen, staat de functionele autoriteit toe dat van het eerste lid wordt afgeweken. In dat geval vervalt de aanspraak alsnog na verloop van vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin de aanspraak is ontstaan.

3 De aanspraak op bovenwettelijke vakantie-uren vervalt na verloop van vijf jaren na de laatste dag van het kalenderjaar waarin deze aanspraak is ontstaan.

Regeling
Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren
Afkortingen
Brra
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0006530
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl