wetzoeker

Artikel 27 Besluit particuliere participatiemaatschappijen

Aanvragen om subsidie

1 Een aanvraag om subsidie wordt binnen zes maanden na de gebeurtenis, bedoeld in artikel 20, eerste lid, onder a, b of c, ingediend bij de bank, met gebruikmaking van een formulier, waarvan het model bij regeling van Onze Minister wordt vastgesteld. De aanvraag gaat vergezeld van:

a. alle bewijsstukken betreffende de oorzaak en de omvang van het verlies;

b. een verklaring van de aanvrager omtrent de waarde van de in artikel 20, eerste lid, onder b en tweede lid, onder c, bedoelde voordelen;

c. de namen van de personen die op het tijdstip van de gebeurtenis, bedoeld in artikel 20 eerste lid, onder a, b of c, of op enig tijdstip in de daaraan voorafgaande twee jaar aandeelhouder waren van de aanvrager, in dienst waren van de aanvrager dan wel betrokken waren bij het beheer van de aanvrager;

d. een verklaring van een accountant omtrent de juistheid en volledigheid van de in de aanvraag vermelde gegevens en bij de aanvraag meegezonden bewijsstukken;

e. de bescheiden, bedoeld in artikel 12, eerste lid, betreffende de twee laatst verlopen boekjaren, tenzij de bank deze bescheiden reeds heeft ontvangen;

f. de door de algemene vergadering van aandeelhouders van de vennootschap of de vennoten vastgestelde of goedgekeurde jaarrekeningen betreffende de sedert de verkrijging van de participatie verlopen boekjaren.

2 Aanvragen worden niet ingediend per telefax.

Regeling
Besluit particuliere participatiemaatschappijen
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2009
BWB-id
BWBR0006526
Versie
2009-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl