wetzoeker

Rijkswet houdende goedkeuring en uitvoering Overeenkomst met VS inzake wederzijdse samenwerking bij de opsporing, inbeslagneming en confiscatie van de opbrengsten van en hulpmiddelen voor misdrijven en de verdeling van geconfisqueerde voorwerpen

Rijkswet van 17 maart 1994, houdende goedkeuring en uitvoering van de op 20 november 1992 te Washington tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake wederzijdse samenwerking bij de opsporing, inbeslagneming en confiscatie van de opbrengsten van en hulpmiddelen voor misdrijven en de verdeling van geconfisqueerde voorwerpen (Trb. 1993, 5)

Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
08-04-1994
Rechtsgebied
Internationaal strafrecht, Strafrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0006523
Versie
1994-04-08_0
SHA-256 bron
f8ac75a2b53ae1820cb23929aa1164b0c493cf174b4fe80930fc7cff5ed24d5b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

De op 20 november 1992 te Washington tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake wederzijdse samenwerking bij de opsporing, inbeslagneming en confiscatie van de opbrengsten van en hulpmiddelen voor misdrijven en de verdeling van geconfisqueerde voorwerpen (Trb. 1993, 5), wordt goedgekeurd voor het gehele Koninkrijk.

Artikel 2

Verzoeken afkomstig van de bevoegde autoriteit van de Verenigde Staten van Amerika, bedoeld in artikel 4 van de Overeenkomst, genoemd in artikel 1, strekkende tot identificatie en opsporing, inbeslagneming of confiscatie overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 1, 2, onderscheidenlijk 3 van de Overeenkomst, kunnen worden geweigerd op de gronden voorzien in artikel 18, eerste, tweede, derde en vierde lid, van het op 8 november 1990 te Straatsburg gesloten Verdrag van de Raad van Europa inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven (Trb. 1990, 172).

Artikel 3

Op een aanbod, als bedoeld in artikel 7 van de Overeenkomst, genoemd in artikel 1, afkomstig van de Verenigde Staten van Amerika, wordt beslist door de bevoegde autoriteit binnen het Koninkrijk, bedoeld in artikel 4 van de Overeenkomst, welke met het oog op mogelijke politieke gevolgen voor de buitenlandse betrekkingen van het Koninkrijk terzake overleg pleegt met de Minister van Buitenlandse Zaken. De beslissing op het aanbod wordt langs diplomatieke weg ter kennis van de Verenigde Staten van Amerika gebracht.

Artikel 4

Deze rijkswet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.