wetzoeker

Artikel 41 Besluit algemene rechtspositie politie

Buitengewoon verlof van korte duur

1 De ambtenaar die ouderschapsverlof geniet als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, behoudt, in afwijking van die bepaling, over het aantal uren ouderschapsverlof van ten hoogste negen maal de arbeidsduur per week, gedurende de periode dat het kind de leeftijd van een jaar nog niet heeft bereikt, de volledige bezoldiging, uitgaande van de arbeidsduur op het tijdstip waarop het verlof aanvangt.

2 De ambtenaar die ouderschapsverlof geniet als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg, behoudt over het aantal uren ouderschapsverlof van dertien maal de arbeidsduur per week, onder vermindering van het aantal uren ouderschapsverlof dat is genoten, bedoeld in het eerste lid, 75% van de bezoldiging.

3 Het bevoegd gezag stemt in met een verzoek om het ouderschapsverlof niet op te nemen of niet voort te zetten van de ambtenaar die ongeschikt is zijn arbeid te verrichten als gevolg van beroepsgerelateerde gezondheidsklachten. In dat geval wordt het recht op verlof opgeschort.

Regeling
Besluit algemene rechtspositie politie
Afkortingen
BARP
Soort
AMvB
Geldend vanaf
18-04-2026
BWB-id
BWBR0006516
Versie
2026-04-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl