wetzoeker

Artikel 2b Besluit algemene rechtspositie politie

Aanstelling

1 Indien betrokkene direct voorafgaand aan de aanstelling nog geen ambtenaar in de zin van dit besluit was en hij krachtens de artikelen 28, eerste en derde lid, 38, tweede lid, 42, vierde lid, artikel 45, tweede lid, en 76, eerste lid, van de Politiewet 2012 bij koninklijk besluit wordt benoemd, kan op zijn aanvraag aanstelling plaatsvinden in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd waarbij dit besluit gedeeltelijk, of andere algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Politiewet 2012, die specifiek betrekking hebben op ambtenaren in de zin van dit besluit, geheel of gedeeltelijk, buiten toepassing kunnen worden verklaard. Na benoeming wordt aan de ondernemingsraad gemotiveerd aangegeven dat bij het werven zowel de interne als de externe arbeidsmarkt in ogenschouw is genomen.

2 Onverminderd het eerste lid, bedraagt de aanspraak op vakantie ten minste 144 uur per kalenderjaar bij een volledige betrekking en naar evenredigheid bij een andere betrekkingsomvang.

3 De aanstelling in tijdelijke dienst, bedoeld in het eerste lid, geschiedt voor een periode van ten hoogste zeven jaar.

4 Onze Minister kan nadere regels stellen omtrent het eerste lid.

Regeling
Besluit algemene rechtspositie politie
Afkortingen
BARP
Soort
AMvB
Geldend vanaf
18-04-2026
BWB-id
BWBR0006516
Versie
2026-04-18_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl