wetzoeker

Artikel 10 Algemene wet gelijke behandeling

Bescherming en handhaving

1 Indien degene die meent dat in zijn nadeel een onderscheid is of wordt gemaakt als bedoeld in deze wet, in rechte feiten aanvoert die dat onderscheid kunnen doen vermoeden, dient de wederpartij te bewijzen dat niet in strijd met deze wet is gehandeld.

2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op vorderingen als bedoeld in artikel 305a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 305a van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek BES en op beroepen ingesteld in bestuursrechtelijke procedures door belanghebbenden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 7, eerste lid, derde zin, van de Wet administratieve rechtspraak BES.

Regeling
Algemene wet gelijke behandeling
Afkortingen
AWGB
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0006502
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl