wetzoeker

Vaststelling politielegitimatiebewijs

Regeling van de Minister van Justitie, (nr. 426911/594/NE) houdende vaststelling van het politielegitimatiebewijs ten behoeve van enige ambtenaren van politie werkzaam bij het Korps landelijke politiediensten en de bijzondere ambtenaren van politie

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-1994
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0006488
Versie
1994-04-01_0
SHA-256 bron
529f07c5666e640b18c4cf9fc1820fda29ede0b98445a110b5b20edab6e17c1a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (9)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. Korps landelijke politiediensten:

het Korps landelijke politiediensten, bedoeld in artikel 38 van de Politiewet 1993;

b. korpschef:

de korpschef van het Korps landelijke politiediensten;

c. ambtenaar:

1o. de ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c van de Politiewet 1993;

2o. de door of namens de Minister van Justitie aangewezen ambtenaar als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, van de Politiewet 1993, die over opsporingsbevoegdheid beschikt;

d. bijzondere ambtenaar:

de bijzondere ambtenaar van politie, bedoeld in artikel 43 van de Politiewet 1993.

Artikel 2

Tijdens de uitoefening van de dienst dragen de ambtenaar, werkzaam bij het Korps landelijke politiediensten, en de bijzondere ambtenaar, een politielegitimatiebewijs volgens het model als bedoeld in bijlage 1 bij deze regeling bij zich.

Artikel 3

1 De Staat is eigenaar van het politielegimatiebewijs.

2 Het politielegitimatiebewijs wordt tegen betaling van het Korps landelijke politiediensten betrokken.

Artikel 4

Op de bewaring van het te verstrekken politielegitimatiebewijs wordt behoorlijk toezicht gehouden door:

a. de korpschef voor zover het betreft politielegitimatiebewijzen, verstrekt aan ambtenaren werkzaam bij het Korps landelijke politiediensten;

b. de procureur-generaal voor zover het betreft politielegitimatiebewijzen, verstrekt aan bijzondere ambtenaren, die in zijn ressort zijn aangesteld.

Artikel 5

1 De korpschef draagt er zorg voor dat het politielegitimatiebewijs voor de uitreiking wordt geprepareerd op de wijze, bedoeld in bijlage 2 bij dit besluit.

2 Na ondertekening reikt de korpschef het politielegitimatiebewijs uit aan de ambtenaar en de bijzondere ambtenaren.

3 De korpschef registreert de uitgifte van het politielegitimatiebewijs waarbij de naam van de ambtenaar dan wel van de bijzondere ambtenaar, bedoeld in artikel 1, en het uitgiftenummer worden vermeld.

Artikel 6

1 De ambtenaar meldt vermissing, ontvreemding en geheel of gedeeltelijk tenietgaan van zijn politielegitimatiebewijs terstond aan de korpschef.

2 De bijzondere ambtenaar meldt vermissing, ontvreemding en geheel of gedeeltelijk tenietgaan van zijn politielegitimatiebewijs terstond aan de procureur-generaal van het ressort waar hij werkzaam is. De procureur-generaal stelt de korpschef schriftelijk in kennis van elke vermissing of ontvreemding van een politielegitimatiebewijs.

Artikel 7

1 Bij overlijden of beëindiging van het dienstverband van de ambtenaar of de bijzondere ambtenaren of bij vervanging van het politielegitimatiebewijs neemt de korpschef het politielegitimatiebewijs in.

2 De korpschef draagt zorg voor vernietiging van het ingenomen politielegitimatiebewijs.

3 De korpschef haalt de registratie van de uitgifte, bedoeld in artikel 5, derde lid, door.

Artikel 8

Binnen een maand na de in artikel 9 bedoelde datum wordt het politielegitimatiebewijs, bedoeld in de beschikking van de Ministers van Justitie, en van Binnenlandse Zaken tot vaststelling van een politielegitimatie (Stcrt. 1958, 32) ingeleverd bij en vernietigd door de korpschef.

Artikel 9

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1994.

Deze regeling wordt gepubliceerd in de Staatscourant en in het Algemeen politieblad.