wetzoeker

Instellingsbesluit Commissie Openbaar Ministerie

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
29-12-1999
Rechtsgebied
Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0006296
Versie
1999-12-29_0
SHA-256 bron
a1bf69cf7ccfa97a1e1dca8ad830d372851f3185b09add752d4b8d38c2eee6e5

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

Een Commissie Openbaar Ministerie in te stellen, hierna te noemen de commissie.

Artikel 2

De commissie heeft tot taak om:

a. Een overzicht te geven van de reeds genomen maatregelen en in voorbereiding zijnde maatregelen gericht op de versterking van het Openbaar Ministerie;

b. Aan te geven welke de (te verwachten) effecten zijn van deze maatregelen en voornemens voor de organisatie en het functioneren van het Openbaar Ministerie, mede in relatie tot de politie, de rechtsprekende macht en het Ministerie van Justitie, waarbij in ieder geval aandacht zal worden gegeven aan het ontstaan en de achtergronden van de zogenaamde vormfouten;

c. Te onderzoeken of – mede gelet op het onder a en b gestelde – de politiek-beleidsmatige aansturing van het Openbaar Ministerie, de indeling en organisatie van het Openbaar Ministerie en de bedrijfsprocessen binnen het Openbaar Ministerie in voldoende mate zijn toegesneden op de cruciale positie van het Openbaar Ministerie bij de rechtshandhaving en de criminaliteitsbestrijding;

d. Ten aanzien van bovengenoemde punten aanbevelingen te doen die het toekomstig functioneren van het Openbaar Ministerie kunnen versterken.

Artikel 3

Tot leden van de commissie worden benoemd:

mr. J. P. H. Donner. tevens voorzitter dr. Ph. Eijlander,

mr. R. J. Hoekstra

prof.dr. U. Rosenthal

prof.ir. W. C. L. Zegveld

In het secretariaat wordt in overleg met de commissie voorzien.

Artikel 4

De commissie kan ter ondersteuning van haar taak voor specifieke vraagstellingen onderzoeksopdrachten geven binnen het daarvoor vastgestelde budget.

Artikel 5

De commissie rapporteert uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van dit besluit aan de Minister van Justitie.

Artikel 6

Dit besluit wordt bekend gemaakt door publikatie in de Staatscourant.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.