wetzoeker

Artikel 9 Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie

1 Het recht op uitkering eindigt:

a. behoudens het bepaalde in het tweede lid, met ingang van de dag waarop de betrokkene recht verkrijgt op een uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA;

b. met ingang van de dag volgende op die waarop de betrokkene is overleden;

c. met ingang van de eerste dag van de maand volgend op die waarin de betrokkene de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

2 In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, eindigt het recht op uitkering indien de betrokkene arbeidsongeschikt is voor het vervullen van de betrekking die hij gedurende de met recht op uitkering doorgebrachte tijd bekleedde en waarin hij deelnemer was in de zin van het pensioenreglement, met ingang van de dag waarop betrokkene uit bedoelde betrekking wordt ontslagen.

3 Het recht op uitkering kan geheel of ten dele vervallen worden verklaard indien de betrokkene:

a. zich zodanig gedraagt dat hij, ware hij in dienst gebleven, zou zijn ontslagen;

b. weigert mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid ter verkrijging van een uitkering op grond van de WAO of de Wet WIA.

4 In afwijking van artikel 1 wordt voor de betrokkene aan wie voor 1 januari 2018 ontslag is verleend, verstaan onder pensioengerechtigde leeftijd: de leeftijd van 65 jaar.

Regeling
Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie
Soort
AMvB
Geldend vanaf
17-01-2025
BWB-id
BWBR0006041
Versie
2025-01-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl