wetzoeker

Artikel 3 Burgerlijk ambtenarenreglement defensie

Algemene bepalingen

1 In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. Onze Minister: Onze Minister van Defensie;

b. hoofd defensieonderdeel

1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;

2°. de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten, de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;

3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;

4°. de commandant van het Commando Dienstencentra, voor zover het betreft het Commando Dienstencentra;

c. de commandant:

een bij ministeriële regeling aan te wijzen functionaris;

d. passende functie:

een functie bedoeld in artikel 105;

e. pensioengerechtigde leeftijd: de pensioengerechtigde leeftijd die voor de ambtenaar geldt op grond van artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet, tenzij in dit besluit anders wordt bepaald.

2 Tenzij anders is bepaald wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen verstaan onder salaris, onderscheidenlijk bezoldiging, hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

3 Ingeval de bezoldiging van de ambtenaar is geregeld krachtens een andere bezoldigingsregeling dan die bedoeld in het tweede lid, wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen onder salaris, onderscheidenlijk bezoldiging verstaan, het bedrag dat op overeenkomstige wijze is vastgesteld als in het Inkomstenbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

Regeling
Burgerlijk ambtenarenreglement defensie
Afkortingen
BARD
Soort
AMvB
Geldend vanaf
26-08-2026
BWB-id
BWBR0006040
Versie
2026-08-26_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl