wetzoeker

Besluit overleg rampbestrijders

Besluit van 24 juni 1993, houdende regels betreffende de wijze waarop met de daarvoor in aanmerking komende vertegenwoordigers van de rampbestrijders overleg wordt gepleegd over de voorschriften die ter uitvoering van de Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders worden gesteld

Soort
AMvB
Geldend vanaf
14-07-1993
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0006028
Versie
1993-07-14_0
SHA-256 bron
9692743b877385bbd26db5bd6a0729d9a7fc4096b0da87ba2cada6692c4f06b8

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. het overleg: het overleg, bedoeld in artikel 46 van de Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders;

b. de voorzitter: de voorzitter van het overleg;

c. de centrales: de centrales, bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 2

1 Aan het overleg nemen deel de voorzitter en een vertegenwoordiger van iedere centrale van overheidspersoneel, genoemd in artikel 105, tweede lid, onderdelen a tot en met e, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.

2 Van de aanwijzing van een vertegenwoordiger doet de centrale mededeling aan de voorzitter.

3 Schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot de Centrale Commissie voor Georganiseerd Overleg in Ambtenarenzaken, bedoeld in artikel 105 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement, heeft van rechtswege ten gevolge schorsing onderscheidenlijk intrekking van de toelating tot het overleg.

4 Het College voor Arbeidszaken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het Nederlandse Rode Kruis kunnen ieder een vertegenwoordiger aanwijzen die als adviseur aan het overleg deelneemt.

5 De deelnemers aan het overleg kunnen zich voor de behandeling van een bepaald onderwerp door een of meer deskundigen laten bijstaan.

Artikel 3

1 De voorzitter is een door Onze Minister van Binnenlandse Zaken aan te wijzen ambtenaar.

2 De voorzitter wijst een secretaris aan.

3 De secretaris staat, onder leiding van de voorzitter, ter beschikking van de voorzitter en de vertegenwoordigers van de centrales.

Artikel 4

1 Ter voorbereiding op in het overleg te nemen besluiten of ter uitwerking van in het overleg genomen besluiten kan de voorzitter in overleg met de centrales een werkgroep instellen, waarin ook personen van buiten het overleg zitting kunnen hebben.

2 De voorzitter wijst de voorzitter van de werkgroep aan.

3 De secretaris van het overleg is tevens secretaris van de werkgroep.

Artikel 5

1 Onze Minister van Binnenlandse Zaken bevordert slechts de totstandkoming van de voorschriften die ter uitvoering van de Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijders worden gesteld, indien daarover overeenstemming bestaat tussen de voorzitter en de meerderheid van de centrales. Iedere centrale brengt één stem uit. Indien de stemmen tussen de centrales staken, beslist Onze Minister van Binnenlandse Zaken of de totstandkoming van de voorschriften wordt bevorderd.

2 De artikelen 110d tot en met 110k van het Algemeen Rijksambtenarenreglement zijn van overeenkomstige toepassing indien het overleg niet tot een uitkomst zal leiden die de instemming van de voorzitter dan wel de meerderheid van de centrales zal hebben.

Artikel 6

De Tijdelijke regeling georganiseerd overleg rampbestrijders wordt ingetrokken.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit overleg rampbestrijders.