wetzoeker

Artikel 1665 Burgerlijk Wetboek Boek 7A

Van de verbindtenissen der vennooten onderling

Wanneer een der vennooten, voor zijne eigene rekening, eene opeischbare som te vorderen heeft van iemand die mede eene insgelijks opeischbare som verschuldigd is aan de maatschap, moet de betaling, welke hij ontvangt, op de inschuld der maatschap en op die van hemzelven, naar evenredigheid van beide die vorderingen, toegerekend worden, al ware het ook dat hij, bij de kwijting, alles in mindering of voldoening van zijne eigene inschuld mogt gebragt hebben; maar indien hij bij de kwijting bepaald heeft dat de geheele betaling zoude strekken voor de inschuld der maatschap, zal deze bepaling worden nagekomen.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 7A
Afkortingen
BW, BW Boek 7A, BW7A
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0006000
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl