wetzoeker

Artikel 9 Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten

Rompbevrachting

Onze Minister haalt de inschrijving van een zeeschip in het openbaar rompbevrachtingsregister door:

a. bij het einde van de rompbevrachting;

b. op aanvraag van de rompbevrachter;

c. indien uit gegevens overgelegd door de rompbevrachter overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 blijkt dat niet langer wordt voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 6, eerste lid;

d. indien is gebleken dat een of meer van de overgelegde gegevens krachtens artikel 8, tweede lid, zodanig onvolledig of onjuist waren dat, ware dit ten tijde van de beoordeling van het verzoek om inschrijving bekend geweest, het verzoek zou zijn afgewezen;

e. indien is gebleken van feiten of omstandigheden, voorgevallen onderscheidenlijk opgetreden na het tijdstip van indiening van de aanvraag, welke van zodanige aard zijn dat niet langer wordt voldaan aan de vereisten, bedoeld in artikel 6, eerste lid;

f. indien is gebleken dat de rompbevrachter overeenkomsten heeft aangegaan die tot gevolg hebben dat de zeggenschap onderscheidenlijk de verantwoordelijkheid van de rompbevrachter wezenlijk wordt aangetast;

g. indien de hoedanigheid van Curaçaos, onderscheidenlijk Sint Maartens zeeschip niet langer verenigbaar is met volkenrechtelijke verplichtingen van het Koninkrijk en de onverenigbaarheid niet kan worden opgeheven door het stellen van voorwaarden.

Regeling
Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
01-02-2011
BWB-id
BWBR0005943
Versie
2011-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl