wetzoeker

Artikel 31 Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten

Het tonen van nationaliteitsbewijzen

1 Alle kapiteins van zeeschepen - of zij nu onder Nederlandse vlag of vreemde vlag varen - zijn gehouden bij het in- of uitvaren van Curaçaose, onderscheidenlijk Sint Maartense zeehavens of zeegaten een geldige zeebrief of een ander geldig bewijs van de nationaliteit van hun schip te vertonen aan de ambtenaren, belast met de in- of uitklaring en desgevorderd aan de havenmeester. Bij gebreke daarvan verlenen die ambtenaren geen expeditie en mogen zij het zeeschip desnoods aanhouden, totdat het vereiste document wordt overgelegd. Bij het binnenkomen mag echter onder de nodige voorwaarden vergunning worden verleend, om een zodanig schip naar de bestemmingsplaats over te brengen en om daar of elders de lading op te slaan.

2 Ongeldige zeebrieven of vergunningen worden door de diplomatieke of de consulaire ambtenaren of de ambtenaren bij de in- of uitklaring ingehouden.

Regeling
Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
01-02-2011
BWB-id
BWBR0005943
Versie
2011-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl