wetzoeker

Artikel 20 Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten

Voorlopige zeebrieven

1 Bij aankoop of aanbouw van een zeeschip buiten Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten kan door of namens Onze Minister in naam van de Koning voor dat zeeschip een voorlopige zeebrief worden uitgereikt, indien is voldaan aan de vereisten genoemd in artikel 2, tweede lid, nadat de eigendom naar het oordeel van Onze Minister op voldoende wijze is aangetoond.

2 De voorlopige zeebrief vermeldt de naam van het zeeschip, de inhoud van het zeeschip naar de meting van het land, waar het is aangekocht of gebouwd, de soort en andere kenmerken van het zeeschip en de naam van de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, de rederij of de vennootschap aan wie of aan welke het schip toebehoort. De zeebrief is geldig voor de daarin vermelde termijn, met dien verstande dat deze termijn niet langer kan zijn dan zes maanden na de dagtekening van de voorlopige zeebrief.

3 Een voorlopige zeebrief, bedoeld in het eerste lid, kan ook worden afgegeven voor zeeschepen die in het openbaar rompbevrachtingsregister zijn ingeschreven.

4 Bij aankomst in Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten wordt de voorlopige zeebrief bij de inklaring door de daarmede belaste ambtenaren ingehouden.

Regeling
Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
01-02-2011
BWB-id
BWBR0005943
Versie
2011-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl