wetzoeker

Artikel 12 Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten

Rompbevrachting

1 Onze Minister stelt de eigenaar van het zeeschip, de rompbevrachter en de bevoegde autoriteit van het land, waar het schip buiten Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten teboekstaat, onverwijld in kennis van elke inschrijving van een zeeschip in het openbaar rompbevrachtingsregister, van elke wijziging of aanvulling van ingeschreven gegevens, alsmede van een beslissing tot doorhaling van de inschrijving.

2 Onze Minister stelt de Hoofdbewaarder der Scheepsbewijzen in het Europese deel van Nederland, de Bewaarder der Scheepsbewijzen in Aruba of de Bewaarder van het openbaar register onverwijld in kennis van een inschrijving in het openbaar rompbevrachtingsregister, van elke wijziging of aanvulling van ingeschreven gegevens, alsmede van een beslissing tot doorhaling van de inschrijving van een zeeschip dat teboekstaat in het Europese deel van Nederland, in Aruba, Curaçao, onderscheidenlijk Sint Maarten.

3 De kennisgeving van een beslissing tot doorhaling als bedoeld in het eerste en tweede lid geschiedt ten minste veertien dagen vóór de dagtekening van de doorhaling.

Regeling
Zeebrievenbesluit van Curaçao en Sint Maarten
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
01-02-2011
BWB-id
BWBR0005943
Versie
2011-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl