wetzoeker

Artikel 15a Wet op de naburige rechten

De uitoefening en de handhaving van de naburige rechten

1 De betaling van de in de artikelen 2, 6, 7a en 8 bedoelde vergoeding dient te geschieden aan een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid in overeenstemming met Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan te wijzen naar hun oordeel representatieve rechtspersoon, die met uitsluiting van anderen belast is met de inning en de verdeling van deze vergoeding. In aangelegenheden betreffende de vaststelling van de hoogte van de vergoeding en de inning daarvan alsmede de uitoefening van het uitsluitende recht vertegenwoordigt de in de vorige zin bedoelde rechtspersoon de rechthebbenden in en buiten rechte.

2 De in het eerste lid bedoelde rechtspersoon staat onder toezicht van het College van Toezicht, bedoeld in de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.

3 De verdeling van de geïnde vergoedingen geschiedt overeenkomstig een reglement, dat is opgesteld door de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, en dat is goedgekeurd door het College van Toezicht, bedoeld in de Wet toezicht collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten.

Regeling
Wet op de naburige rechten
Afkortingen
WNR
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0005921
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl