wetzoeker

Wijzigingswet Wet op de inkomstenbelasting 1964, enz. (belastingplan 1993)

Wet van 24 december 1992, tot wijziging van een aantal belastingwetten in het kader van het belastingplan 1993

Soort
Wet
Geldend vanaf
16-02-1993
Rechtsgebied
Belastingrecht, Inkomstenbelasting
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0005805
Versie
1993-02-16_0
SHA-256 bron
41e3d9148e198ea3323bbed776e273534a8d1301ce7ce27f8a1eaa23a726f9f7

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (20)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel IX
  10. Artikel X
  11. Artikel XI
  12. Artikel XII
  13. Artikel XIII
  14. Artikel XIV
  15. Artikel XV
  16. Artikel XVI
  17. Artikel XVII
  18. Artikel XVIII
  19. Artikel XIX
  20. Artikel XX

Artikel I

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel II

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel III

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel V

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel VIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel IX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel X

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XI

1 De omzetbelasting die op of na 1 januari 1993 wordt verschuldigd ter zake van vóór die datum verrichte prestaties waarvoor het omzetbelastingtarief verandert op grond van artikel IV, onderdelen B.1, B.2, B.3 en B.4, wordt berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip waarop de prestatie wordt verricht.

2 Ingeval omzetbelasting vóór 1 januari 1993 wordt verschuldigd ter zake van op of na deze datum te verrichten prestaties als bedoeld in het eerste lid, wordt hetgeen meer verschuldigd zou zijn geweest indien de belasting zou zijn berekend naar het tarief dat geldt op het tijdstip waarop de prestatie wordt verricht, alsnog verschuldigd op 1 januari 1993.

Artikel XII

1 Halfzware olie, gasolie en lichte stookolie, als bedoeld in artikel 27, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de accijns, die bij de aanvang van 1 januari 1993 aanwezig zijn in of in vervoer zijn naar een opslagplaats, zijn onderworpen aan een heffing van f 11 per hectoliter bij een temperatuur van 15 °C.

2 Aan de heffing zijn niet onderworpen halfzware olie, gasolie en lichte stookolie als bedoeld in het eerste lid:

a. die aanwezig zijn in een entrepot, een plaats voor tijdelijke opslag of in een accijnsgoederenplaats, dan wel in vervoer zijn daarnaar toe;

b. waarvoor een vrijstelling geldt.

3 Onder opslagplaats wordt verstaan elk gebouw of terrein waar halfzware olie, gasolie en lichte stookolie als bedoeld in het eerste lid voor commerciële doeleinden voorhanden zijn. Opslagplaatsen in gebruik bij een zelfde persoon worden te zamen als één opslagplaats beschouwd.

4 De eigenaar van de in een opslagplaats aanwezige of daarnaar toe in vervoer zijnde halfzware olie, gasolie en lichte stookolie als bedoeld in het eerste lid is gehouden uiterlijk 7 januari 1993 aangifte te doen van de hoeveelheid van de aan de heffing onderworpen halfzware olie, gasolie en lichte stookolie.

5 Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aangifte.

6 De belasting is verschuldigd door degene die is gehouden tot het doen van aangifte.

7 De heffing blijft achterwege indien de te heffen belasting niet meer bedraagt dan f 200.

Artikel XIII

1 Voor een motorrijtuig als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel a of b, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966, waarvoor vóór 16 januari 1993 motorrijtuigenbelasting is betaald over een tijdvak waarvan een gedeelte valt na 15 januari 1993, is over het gehele tijdvak motorrijtuigenbelasting verschuldigd naar het tarief dat met betrekking tot dat motorrijtuig gold bij de aanvang van dat tijdvak.

2 Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot een motorrijtuig waarvoor de motorrijtuigenbelasting is betaald na 15 september 1992 over een tijdvak van twaalf of van drie maanden tenzij:

a. het in het eerste lid bedoelde tijdvak eindigt op 31 januari 1993;

b. de houder van het motorrijtuig voor de eerste maal voor dat motorrijtuig de belasting heeft betaald; of

c. de houder van het motorrijtuig de belasting heeft betaald over een tijdvak dat aansluit op een tijdvak van twaalf of drie maanden dat is geëindigd vóór 16 januari 1993.

3 Voor een motorrijtuig waarmee gebruik van de weg wordt gemaakt op een tijdstip na 31 januari 1993 en waarvoor vóór 16 januari 1993 motorrijtuigenbelasting is betaald over een tijdvak dat geheel of gedeeltelijk valt na 15 januari 1993 en waarop het eerste lid krachtens het bepaalde in het tweede lid niet van toepassing is, moet de ingevolge deze wet meer verschuldigde belasting over de op het tijdstip van het gebruik nog niet verstreken maanden van dat tijdvak vóór dat tijdstip worden betaald.

Artikel XIV

1 Voor een motorrijtuig als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel c of d, van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1966, waarvoor vóór 16 februari 1993 motorrijtuigenbelasting is betaald over een tijdvak waarvan een gedeelte valt na 15 februari 1993, is over het gehele tijdvak motorrijtuigenbelasting verschuldigd naar het tarief dat met betrekking tot dat motorrijtuig gold bij de aanvang van dat tijdvak.

2 Het eerste lid is niet van toepassing met betrekking tot een motorrijtuig waarvoor de motorrijtuigenbelasting is betaald na 15 september 1992 over een tijdvak van twaalf of van drie maanden tenzij:

a. het in het eerste lid bedoelde tijdvak eindigt op 28 februari 1993;

b. de houder van het motorrijtuig voor de eerste maal voor dat motorrijtuig de belasting heeft betaald; of

c. de houder van het motorrijtuig de belasting heeft betaald over een tijdvak dat aansluit op een tijdvak van twaalf of drie maanden dat is geëindigd vóór 16 februari 1993.

3 Voor een motorrijtuig waarmee gebruik van de weg wordt gemaakt op een tijdstip na 28 februari 1993 en waarvoor vóór 16 februari 1993 motorrijtuigenbelasting is betaald over een tijdvak dat geheel of gedeeltelijk valt na 15 februari 1993 en waarop het eerste lid krachtens het bepaalde in het tweede lid niet van toepassing is, moet de ingevolge deze wet meer verschuldigde belasting over de op het tijdstip van het gebruik nog niet verstreken maanden van dat tijdvak vóór dat tijdstip worden betaald.

Artikel XV

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVI

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XVIII

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel XIX

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

Artikel XX

Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 1993,

a. met dien verstande dat:

1°. de artikelen I, II en III toepassing vinden nadat artikel 66b van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 bij de aanvang van het kalenderjaar 1993 is toegepast;

2°. artikel III toepassing vindt voordat artikel V, onderdelen D en E, van de Wet tijdelijke handhaving leeftijdsgrens verzekerings- en premieplicht AAW toepassing vindt; en

b. met uitzondering van:

1°. artikel V, onderdelen A.1, A.2, A.5, B, C.1 en C.2, dat in werking treedt met ingang van 16 januari 1993;

2°. artikel V, onderdelen A.3, A.4, C.3 en C.4, dat in werking treedt met ingang van 16 februari 1993;

3°. artikel XIX, dat in werking treedt op het tijdstip waarop de in dat artikel bedoelde Invoeringswet Anw in werking treedt;

4°. artikel VI, dat in werking treedt met ingang van 16 februari 1993.