wetzoeker

Rijkswet houdende goedkeuring Verdrag betreffende de Europese Unie

Rijkswet van 17 december 1992, houdende goedkeuring van het op 7 februari 1992 te Maastricht tot stand gekomen Verdrag betreffende de Europese Unie, met Protocollen, en een Overeenkomst betreffende de sociale politiek tussen de Lidstaten van de EG, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk

Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
25-07-2008
Afkortingen
Gw EU-Verdrag
Rechtsgebied
Internationaal publiekrecht, Volkenrecht
Ministerie
Buitenlandse Zaken
BWB-id
BWBR0005772
Versie
2008-07-25_0
SHA-256 bron
90ed43c2714078f539295cc53cf63895f84c894024795275bc1aa414d9c0fead

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

Het op 7 februari 1992 te Maastricht tot stand gekomen Verdrag betreffende de Europese Unie, met Protocollen, en een Overeenkomst betreffende de sociale politiek tussen de Lidstaten van de EG, met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk, waarvan de Nederlandse tekst is geplaatst in Tractatenblad 1992, 74, worden goedgekeurd voor het gehele Koninkrijk.

Artikel 2

Met de verklaringen gehecht aan de Slotakte van het in artikel 1 genoemde Verdrag wordt ingestemd, voor zover deze een nadere uitleg bevatten van bepalingen van het Verdrag.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Wanneer op grond van artikel 103, vierde lid, van het in artikel 1 genoemde Verdrag door de Raad wordt besloten om tot Nederland een aanbeveling te richten, dan wel op grond van artikel 104C, zevende, negende en elfde lid, tot Nederland een aanbeveling of een aanmaning te richten, of op Nederland maatregelen toe te passen, brengt de regering die besluiten terstond ter kennis van de Staten-Generaal, onder toevoeging van de daaraan ten grondslag liggende stukken.

Artikel 5

Het standpunt dat de regering inneemt bij de toetsing van de in artikel 109J, eerste lid, van het Verdrag neergelegde criteria, die de grondslag vormen voor de besluitvorming bedoeld in artikel 109J, tweede, derde en vierde lid, dient vooraf de instemming van de Staten-Generaal te hebben verworven.

Artikel 6

Deze Rijkswet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij wordt geplaatst.